Met nieuwsgierigheid, een flinke dosis durf en een klein team ontwikkelde de gemeente Pijnacker-Nootdorp een van de eerste gebruikersvriendelijke omgevingsplannen van Nederland. Niet vanuit de ambitie om koploper te zijn, maar vanuit de wens om het gewoon goed te doen. Die nuchtere aanpak leverde de gemeente de ADS-Trofee 2025 op. 

Steeds stappen zetten

“Het is vanzelf ontstaan,” vertelt Marije Elsackers, projectleider omgevingsplan bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp. “We wilden gewoon weten hoe het werkte. Door nieuwsgierigheid, enthousiasme en een beetje volharding zijn we steeds verder gekomen.” 

Voor de pilot koos de gemeente de wijk Tolhek omdat dit plangebied overzichtelijk genoeg was om van te leren en goed bruikbaar voor de nieuwe praktijk. Samen met collega en teamgenoot Peter Zandijk, regelanalist Omgevingswet, werkte Marije aan het eerste plan dat volledig werd opgezet in STOP/TPOD. Dat is een standaard die gebruikt wordt om omgevingsdocumenten, zoals het omgevingsplan, digitaal te publiceren. “Dat lijkt misschien de moeilijkste weg,” zegt Peter, “maar uiteindelijk levert het de meeste winst op. Je doet het in één keer goed en dus geen dubbel werk.” 

"Door nieuwsgierigheid, enthousiasme en een beetje volharding zijn we steeds verder gekomen."

Experimenteren met omdenken  

De kern van het plan ligt in het omdenken: niet langer redeneren vanuit wat níet mag, maar vanuit wat wél kan. “De Omgevingswet draait het denken om: niet ‘nee, tenzij’, maar ‘ja, mits’. In het nieuwe omgevingsplan is ruimte het uitgangspunt mits die zorgvuldig wordt benut.” 

De gemeenteraad gaf het team bewust de ruimte om te experimenteren. “Ze gaven ons het vertrouwen om nieuwe dingen te proberen,” zegt Marije. “We zagen dat regels eenvoudiger konden en dat inwoners daardoor beter begrepen wat wel en niet mocht.” 

Participatie speelde een belangrijke rol. De gemeente ging in gesprek met bewoners en professionals over concrete thema’s als dakkapellen, vergroening en bouwwerken. “We merkten dat participatie anders werkt als je met een leeg vel begint,” zegt Marije. “Je moet mensen echt helpen om te begrijpen waar het over gaat. Inwoners willen weten waarover ze mogen meedenken. Dat levert eerlijkere gesprekken op.” 

Samen pionieren

Ook de samenwerking met het hoogheemraadschap van Delfland kreeg vorm in dit traject. Water bleek een thema waarvoor nog geen uitgewerkte voorbeelden bestonden. In plaats van bestaande regels uit de waterschapsverordening over te nemen, gingen gemeente en hoogheemraadschap samen aan tafel om zelf tot een uitwerking te komen ter bescherming van de waterbelangen. Nieuwe regels voor waterkeringen en de bijbehorende beschermingszone kregen hierin een plek. Dat is een aanpak die het hoogheemraadschap kan gebruiken ter inspiratie voor andere gemeenten. 

“Dat was echt pionieren,” vertelt Peter. “We hebben die regels samen bedacht. Dat is misschien wel het mooiste van dit proces.” Tijdens het traject zocht het team ook actief aansluiting bij landelijke initiatieven van de VNG en bij collega-gemeenten. "Het is waardevol om te merken dat collega’s van andere gemeenten tegen dezelfde vragen aanlopen," zegt Peter. "We hoeven het wiel niet steeds zelf uit te vinden." 

"We hoeven het wiel niet steeds zelf uit te vinden."

Techniek als aanjager 

De overstap naar de nieuwe digitale structuur vroeg om technische kennis én uithoudingsvermogen. Maar juist door te doen groeide het inzicht. “Je leert pas wat wel en niet kan als je het probeert,” zegt Marije. “Door te werken met de software ontdekten we de beperkingen én de kansen.” 

“Het was soms een zoektocht om collega’s mee te krijgen in deze nieuwe manier van het opstellen van het omgevingsplan,” vertelt Marije. “Je moet het eerst laten zien voordat mensen geloven dat het echt eenvoudiger kan." 

Het resultaat is een omgevingsplan dat in het Omgevingsloket helder en begrijpelijk is voor inwoners, vergunningverleners en collega’s. “Inwoners zien nu direct op de kaart welke regels er gelden, zonder door tientallen oude bestemmingsplannen te hoeven bladeren,” legt Peter uit. “Dát is pas dienstverlening.” 

"Begin gewoon. Dan leer je vanzelf wat beter kan."

Vijf lessen uit Pijnacker-Nootdorp 

1. Begin en leer al doende

Wacht niet tot alles duidelijk is. Een pilotgebied zoals Tolhek is ideaal om te oefenen met de nieuwe systematiek en software.  

2. Kies bewust voor de nieuwe werkwijze

Tijdelijke oplossingen lijken snel, maar leveren op termijn dubbel werk op. Door direct met de nieuwe standaard te werken, leer je sneller. 

3. Durf los te laten

Ga daadwerkelijk van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Dat past bij de geest van de wet en vraagt vertrouwen van bestuur en organisatie. 

4. Zoek de samenwerking

Trek samen op met partners als het hoogheemraadschap, maar ook intern tussen afdelingen. Samen leren maakt het plan sterker. 

5. Maak gebruik van bestaande kennis

Sluit aan bij regionale werkplaatsen en gebruik de ondersteuning van VNG en andere koplopers.

Een bekroonde aanpak die inspireert 

Met een klein team van vijf mensen laat Pijnacker-Nootdorp zien dat ook middelgrote gemeenten grote stappen kunnen zetten. “Beperkte capaciteit is geen excuus,” zegt Marije. “Het draait om samen leren door te doen.” De ADS-Trofee 2025 bevestigt dat succes: niet omdat alles perfect is, maar omdat beleid en praktijk elkaar versterken. “Het mooiste,” zegt Peter, “is dat we dit met zo’n klein team hebben gedaan. Elke stap is er één. En elke stap brengt ons dichter bij een echt gebruikersvriendelijk omgevingsplan.”