De Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp (ARO) 2026-2028 is een gezamenlijk programma van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het programma versterkt de inzet van ruimtelijk ontwerp, en ontwerpend onderzoek in het bijzonder, bij de aanpak van ruimtelijk-maatschappelijke opgaven. In de komende jaren ligt daarbij de focus op regionaal en lokaal niveau.
Ontwerpend onderzoek helpt om mogelijkheden voor de toekomst te verkennen en samen met betrokkenen oplossingen te ontwikkelen die de leefomgeving verbeteren. Met de ARO verbeteren we de voorwaarden voor ontwerpend onderzoek, delen we kennis en vergroten we de ervaring met deze aanpak. Zo kan ontwerpend onderzoek op meer plekken worden toegepast.
De documentaire 'Possible Futures' laat zien hoe ontwerpers en onderzoekers met ontwerpend onderzoek werken aan oplossingen voor complexe ruimtelijke vraagstukken.
Documentaire 'Possible Futures'

Ontwerpen aan onze toekomst – script
(Engelse titel: POSSIBLE FUTURES: DESIGNING TOMORROW IN THE NETHERLANDS)SEBASTIAN VAN BERKEL
Zo.INTERVIEWER
Dus mijn eerste vraag: waarvoor sta jij onder ontwerpend onderzoek?SVEN STREMKE
Persoonlijk antwoord?BRAM WILLEMSE
Ja, ontwerpend onderzoek. Het…VIOLETTE SCHÖNBERGER
Ja, ontwerpers zijn natuurlijk geen wetenschappers.HANS LEINFELDER
Voor mij is het hoofdwoord onderzoek.PIETER SCHENGENGA
Ik denk dat al het ontwerp onderzoekend is, maar niet al het ontwerp is ontwerpend onderzoek.CHRIS VAN LANGEN (intervisiemoment)
Dus ik wil beginnen met teruggrijpen naar de eerste vraag die gesteld werd vandaag. Wat verwacht je van vandaag? Mijn verwachting was en is nog steeds dat de ontwerpers hun verantwoordelijkheid nemen.CHRIS VAN LANGEN
Ontwerpend onderzoek is een vorm van onderzoek waarbij je gezamenlijk bestaande kennis gaat bewerken met behulp van ontwerp instrumentarium en daaruit komt nieuwe kennis. Als je over de toekomst praat alleen maar op basis van woorden. Ja, het is allemaal groen en zo. Ja, dan. Dan is een veel ingewikkelder gesprek dan als je het echt met beelden van die toekomst die toekomst voorstelbaar maakt. En dan kun je erover praten. Wil je dat nou eigenlijk wel? Willen we dit eigenlijk wel? Dat is de kracht van ontwerp. Dat je dat gesprek kan voeren over de toekomst.ELS VERVLOESEM
Ontwerpend onderzoek combineert natuurlijk het creatieve van ontwerpen en ik zou zeggen de rigoureusheid of de grondigheid van onderzoek. Het onderscheidende zit voor mij heel erg in het speculatieve karakter. Ontwerpers kunnen de toekomst niet voorspellen, maar zij durven misschien wel meer als klassieke onderzoekers hypotheses formuleren of scenario’s ontwikkelen die verder gaan bij wat we ons direct kunnen voorstellen.JOLIJN VALK
Doordat je echt naar gezamenlijk naar een beeld kan kijken of naar een maquette kan kijken of naar een kaart kan kijken, ervoor kan kiezen om op zijn kop te houden, ontstaat er iets gezamenlijks en dan kijk je naar hetzelfde en kunnen we het er dus over hebben. En dat maakt het dus zo. Politiek, democratisch, toegankelijk.CHRIS VAN LANGEN (intervisiemoment)
Ik ben er nogal van overtuigd dat elke vorm van ontwerpend handelen en denken politiek is. Dat geeft het ruimtelijk ontwerp en dat geeft het ontwerpend onderzoek in het bijzonder een enorme verantwoordelijkheid.CHRIS VAN LANGEN
Dus er is eigenlijk nauwelijks overzicht over wat er allemaal gebeurt in Nederland aan ontwerpend onderzoek. Ik dacht ja, dat moeten we toch proberen iets meer in kaart te brengen. Dus ik dacht nou, daar gaan we. We gaan gewoon beginnen. We gaan gewoon proberen om een behoorlijk breed palet aan ontwerpend onderzoek te analyseren, te documenteren en daarop te reflecteren. Op zo een manier dat mensen die denken oh, dat kost allemaal veel tijd of extra geld kunnen zien dat dat echt wel iets oplevert. Dat het hen kan helpen in hun opgave.JOLIJN VALK
Dit traject gaat over vijftig ontwerpend onderzoeken van de afgelopen vijf jaar. En die hebben dus onderverdeeld in vijf thema’s.BRAM WILLEMSE
Ja, de bedoeling was het reflecteren op en het analyseren van tien ontwerpend onderzoeken. Die gaan over het thema water en bodem.PIETER SCHENGENGA
Ons thema was landbouw en natuur.SEBASTIAN VAN BERKEL
Circulaire economie en energietransitie.GEERT DAS
Wonen, werken, bereikbaarheid.VIOLETTE SCHÖNBERGER
Het thema zorgzame leefomgeving.JOLIJN VALK
Vervolgens hebben we die vijf ontwerpbureaus gekoppeld aan een wetenschappelijk onderzoeker. Hebben die tien projecten onderzocht.CHRIS VAN LANGEN
Wat voor een onderliggende kennis heb je eigenlijk nodig? Wat voor een methodes aan ontwerpend onderzoek zijn er en zijn die overal voor geschikt? Wat voor manieren zijn er om die verschillende partijen in het ontwerpend onderzoek te verbinden? Welke kennis is dan nieuw waar we op kunnen voortbouwen? En hoe zorg je ervoor dat het doorwerkt? Hoe vergroot je de, dat prachtige woord, impact? Dat is eigenlijk het doel van dit traject.FRANSJE HOOIMEIJER
Het ontwerpend denken hoe ga je om met water? Dat deden we al in de zestiende eeuw. Dus dat is dat is denk ik heel sterk iets Hollands.FRANSJE HOOIMEIJER
En het betrekken van ontwerpers in het nadenken over de toekomst is in Nederland in de ruimtelijke nota’s al heel snel vastgelegd. Dus bijvoorbeeld ja, waar gaan we verstedelijking, waar niet, waar moeten we hebben groengebieden nodig, waar niet, waar komt zware industrie? Al dat soort beslissingen werden eigenlijk daar genomen en dat was al ontwerpend onderzoek.BRAM WILLEMSE
Ik denk dat wij in Nederland misschien tien jaar geleden ons vooral richten op waterveiligheid, regenwater of piekbuien afvoer in de rivieren, zeespiegelstijging. En dat je nu een verschuiving zien naar de beschikbaarheid en zoetwater kwaliteit. Denk aan stikstof of PFAS of verzilting. De tien onderzoeken die wij bekeken hebben die die richten zich vooral op bodem. Hoe kunnen we de bodem inzetten voor andere opgaven? Of hoe kunnen we de bodem gewoon intrinsiek gezonder maken? Ik denk dat dat thema een nieuw thema is binnen. Binnen ontwerpend onderzoek.FRANSJE HOOIMEIJER
Dat is omdat bodem eigenlijk als een vanzelfsprekendheid werd gezien. Terwijl als je denkt aan de bodem, dan is dat eigenlijk Moeder Aarde de belangrijkste figuur die er is. Dat is veranderd omdat er natuurlijk een bredere aandacht is voor het proberen mee te bewegen met natuurlijke processen in ruimtelijke ordening. We hebben ook de bodem veel meer nodig in het dempen van de temperatuur, het opslaan van water, ecologische diversiteit en kwaliteit. Dus ja, al die onderwerpen zijn op tafel gekomen en daar is bodem eigenlijk weer tevoorschijn gekomen.BRAM WILLEMSE
Wat wij een bijzonder onderzoek vonden was het onderzoek van Inside Outside. Een leven met de bodem heette dat onderzoek. Een onderzoeksvraag was. Was heel, heel simpel, maar daarom ook heel complex. Hoe ziet dat bodemleven er eigenlijk uit? En wat zou het ideale bodemleven eruit kunnen zien in in de stad specifiek? Ze hebben met experts gesproken, dus echt heel erg niche experts die heel erg veel wisten over een bepaald type bodemleven. Of gezondheid of. Of hydroloog. Het beeld is volgens mij een drie meter lange doorsnede. Heel erg gedetailleerd. Wormen, de mollen, alle micro-organismen die erin zitten. En ook geprobeerd om die samenhang daarvan te zien. Dus dat ene dier heeft impact op de andere. Dat allemaal in samenhang brengen in zo’n beeld, dat is natuurlijk super waardevol en heel inspirerend eigenlijk geweest. Ik vind dat echt een onderzoek dat eigenlijk tussen de wetenschap en kunst in zit.PIETER SCHENGENGA
Ons thema was landbouw en natuur. In het verleden onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar in de loop van de afgelopen eeuwen in razend tempo uit elkaar getrokken tot functies die allebei in hun eigen vakje met een harde grens daartussen moesten passen. Je ziet dat eigenlijk al die onderzoeken op de een of andere manier proberen op hun eigen manier weer landbouw en natuur tot elkaar te brengen, te verzoenen, te integreren, naast elkaar te leggen en ook te laten zien dat er blijkbaar heel veel manieren zijn. Er is eigenlijk voor alle gebieden met alle uitdagingen wel iets, iets te vinden.HANS LEINFELDER
In de tien onderzoeken die we hebben gekregen om door te nemen was zeer uiteenlopend, soms heel inspirerend voor een Vlaams onderzoeker. Het idee van kunnen we kleinschalig wonen toelaten om in ruil daarvoor nieuwe natuur te creëren? In Vlaanderen is zoiets ondenkbaar, denk ik. Soms ging het ook over biobased bouwen. Dat ging dan over materialen die bijna ter plekke in het gebied rondom geteeld werden. En daarnaast een heel concreet onderzoek waar men in overleg ging met landbouwers om samen met de landbouwers te discussiëren over de inrichting van het gebied.PIETER SCHENGENGA
De Loonse en Drunense Duinen. Dat is een groot natuurgebied in de provincie Brabant en dat gebied van de duinboeren, dat ligt daaromheen. Dus het is landbouwgebied in de nabijheid van natuurgebied. Dus alles wat er in het landbouwgebied gebeurt op het gebied van water op het gebied van uitstoot van stikstof heeft hoe dan ook invloed op de kwaliteit van natuur in het natuurgebied. Dat hadden de tuinboeren wel door, maar die dachten zelf ook van ja. Wij zien voor onszelf hier ook nog wel een toekomst om hier ook, nou ja, op een manier die misschien een beetje anders is dan nu ons brood te blijven verdienen. Die ontwerpers hebben een manier bedacht om het gesprek daarover te kunnen gaan voeren en die toekomst tastbaar te gaan maken. En daarvoor hebben ze een spelvorm ontwikkeld, heel letterlijk met Catan-achtige kaartjes. En ze zijn met elkaar gaan puzzelen op een onderlegger waar het bodem-, water- en natuursysteem zat. Het idee van ja, welk type landbouw past nou ergens op welke plek? En uiteindelijk heeft dat zelfs geleid tot een heel concreet aanbod van de boeren. Wij kunnen als gebied met elkaar dit en dit en dit leveren, ook op het gebied van natuurherstel. Daar hebben we dat en dat voor nodig. We moeten hier wel ons inkomen kunnen verdienen.HANS LEINFELDER
We zitten nog altijd in een heel verouderde zonering gedachte van we moeten gebieden gaan aanduiden voor landbouw en we moeten gebieden gaan aanduiden voor natuur. Ik denk dat je veel meer moet gaan nadenken. Niet over wie krijgt nu welk deeltje van de taart, maar hoe gaan we het gebied inrichten? Dat natuur en landbouw verweven met elkaar voorkomen dat water op een goede manier doorheen heel dat landelijk gebied kan stromen. Hoe daar energieproductie daar ook een plaats in kan krijgen. Gaan we blijven gaan voor een wereldmarkt landbouw? Of moeten we toch bewust worden dat ook steeds meer mensen die korte keten belangrijk vinden? In die zin denk ik dat we daar keuzes in gaan moeten maken en dat die keuzes ook ontwerpend onderzoek nodig hebben.SEBASTIAN VAN BERKEL
Het heeft onze blik veranderd, dit onderzoek. Het mooiste vond ik die intervisie bijeenkomsten. Met andere bureaus nadenken, uitwisselen en niet in competitie, maar juist als, als collega’s. Echt zo waardevol en zo fijn.SEBASTIAN VAN BERKEL
Het is een luxe om te kunnen reflecteren op je eigen werk, op andermans werk. Want je holt van de ene opdracht naar de andere. Er staat nooit even stil om eens goed terug te kijken. En dat is heel waardevol. Meest belangrijke. Het maakt nogal uit of we dat onderzoek of die projecten plaatsen in een soort.SVEN STREMKE
Wat wij door alle studies heen hebben gezien. Er is weinig record van reflectie over methodiek. Het is ook een aanbeveling van laten we met z’n allen erop letten dat we iets transparanter zijn wat betreft de methodiek, aanpak en aannames, maar ook data onderbouwing. Als je data hebt, waar komen die dan vandaan? Daar is dus nog werk aan de winkel.SVEN STREMKE
Transparantie wat ons betreft hangt samen ook met autonomie.SEBASTIAN VAN BERKEL
Waar eindigt de pen eigenlijk van de onderzoeker en waar heeft de opdrachtgever het overgenomen? Ik herken het heel erg uit de praktijk. In de laatste fase van een ontwerp onderzoek kijkt de opdrachtgever misschien nog mee. Is het niet verstandig om te zeggen nee, dit zijn de uitkomsten van ons, van het ontwerp onderzoek En daar kan een oplegger op komen. Of een nota met hoe daar vanuit de beleidswereld tegenaan wordt gekeken en dat niet wordt meegeschreven aan bepaalde conclusies.SVEN STREMKE
Als dan blijkt vanuit het onderzoek dat een bepaald scenario erbij hoort, dan moeten we dit ook gaan verbeelden en onderzoeken. Ook al past het niet bij de bij de politieke agenda. Of is het? Is het een scenario wat niet wenselijk is? We hebben ook een verantwoording richting de samenleving om ook mensen als het ware met niet wenselijke scenario’s of toekomstbeelden te confronteren. Het kan ook tot verandering leiden.SEBASTIAN VAN BERKEL
Ritmes en bandbreedtes vond ik als ontwerper heel interessant. Over de toekomst eigenlijk van het Noordzeekanaalgebied. 120 jaar geleden heeft iemand het idee geopperd laten we een kanaal graven, want zo zou Amsterdam nog verbonden worden aan de zee. En eigenlijk met de tijd is het kanaal steeds verder verbreed, zijn de havens steeds groter geworden, is de sluis steeds groter gemaakt en inmiddels de grootste zeesluis ter wereld. Om huge schepen eigenlijk in het land te tillen. Maar leidt ook tot allerlei gevolgen. Namelijk als de sluisdeuren opengaan is er een enorme grote zout indringing die bijna reikt tot Utrecht. En daarnaast zit er natuurlijk de staalfabriek met een enorme gezondheid impact. Die wil je behouden vanuit een soort van autonomie voor het land. En de vraag hoe krijg je die eigenlijk verduurzaamd? Dat is de situatie nu. Er is een veelheid aan problemen. En wat moet je al naar de toekomst toe? Kun je afvragen. Het ontwerpend onderzoek. Oké, maar wat gaat er eigenlijk over het kanaal heen? Wat vervoeren we in die schepen? Blijkt dan bijvoorbeeld cacao te zijn. Dan kun je afvragen moeten die hierheen komen of kunnen die ook aan de buitenkant? Als je het kanaal dichtgooit. Dat is wel een beetje desinvestering, maar dan kun je nog steeds doen wat je deed. Maar je lost een aantal problemen op. Dat kun je alleen maar doen met ontwerpend onderzoek, omdat. Tot nu toe zijn alle ruimtelijke beslissingen gestoeld op beslissingen in het recente verleden. Dus van kleine zeesluis naar middel naar groter, van smal kanaal naar groot, et cetera. Dus door echt te analyseren hoe die complexiteit eigenlijk in elkaar zit en vervolgens weet te vertalen naar een viertal vergezichten weet te koppelen aan welke maatregelen je zou moeten nemen, zit allemaal in dat onderzoek. Bied je ook een optie voor beleidsmakers om daar anders op te handelen dan dat ze gewend zijn? Dus dat vind ik heel mooi, dat ook zo’n groot iets bevraagd kan worden.GERT-JOOST PEEK (intervisiemoment)
Van wat? Wat wordt nou heel expliciet benoemd en wat wordt eigenlijk niet benoemd of impliceert? En eigenlijk zie je het heleboel dingen die gewoon in die onderzoeken niet helder worden gemaakt. Waardoor het heel lastig is om zo’n proces te doorgronden van wat is er nou gedaan, waarom? Wat kwam daaruit?GERT-JOOST PEEK
Ik ben in een aantal van die sessies best kritisch geweest op de ontwerper en dat die zichzelf vaak tekortdoet en daarmee ook wel afgedaan wordt als van dat is dan luchtfietserij of zo.GERT-JOOST PEEK
Het is natuurlijk wel een beetje een probleem dat dat voor mensen die geen verstand van ontwerpen hebben is het ook een soort magic trick.GERT-JOOST PEEK
Gekoppeld aan de opgave waar we nu voor staan die grote maatschappelijke transities, denk ik dat daarin ontwerpend onderzoek waanzinnig belangrijk is. Omdat we niet meer ervan uit kunnen gaan dat de toekomst die we wensen nog heel erg lijkt op wat we nu trendmatig zouden kunnen verwachten voor een toekomst.GERT-JOOST PEEK
En ja, je kunt zeggen laat de magie vooral bij de magiër. Maar de vraag is dan of het dan wel genoeg doorwerking en politicizing kracht nog heeft.GERT-JOOST PEEK
Veel besluitvormers zijn van nature helemaal niet zo naar zoek naar het mogelijke, maar zijn veel meer gevangen in een soort combinatie van behouden wat we al hebben en daar een nou ja, een beetje wenselijkheid aan toevoegen. Ik denk dat in tijden van transitie dat niet voldoende is. We moeten eigenlijk die nieuwe toekomst echt opnieuw gaan ontwerpen.GEERT DAS
Wij hebben gewerkt aan het thema wonen, werken, bereikbaarheid. De onderzoeken die wij bestudeerd hebben zijn heel divers over verduurzaming op pand niveau of wat is de toekomst van de snelwegen. Maar drie van de tien gaan toch echt wel over die verstedelijkingsopgave. Ik ben heel blij dat die erbij zit, omdat die heel typisch zijn voor het proces wat er in Nederland eigenlijk de afgelopen tien jaar heeft plaatsgevonden. Waarin je ziet dat er vanuit de nationale overheid die opgave voor 1 miljoen woningen neergelegd is. Maar op provinciaal gemeentelijk regio niveau moet dat ergens landen. Dus daar zie je dat. Die processen gaan heel erg heen en weer tussen de opgave vanuit het Rijk en belangen vanuit de regio. Ja, hoe doen we dat dan? En dat zijn dus precies de projecten waar je ontwerpend onderzoek heel goed voor kunt inzetten. Ik denk dat de belangrijkste opgave nu met name is het toevoegen van woningen en daarin de keuzes te maken waar doe je dat en waarom? Dus kies je voor het grootste aantal woningen of kies je voor het grootste aantal woningen voor de doelgroep in mijn gemeente? Of moeten die woningen nog iets bijdragen aan wat anders? Daarbij zie je ook nog een keer dat landschap, water en bodem steeds meer sturend wordt. Dus dat de plekken waar het kan worden steeds schaarser. Dat hangt allemaal aan elkaar samen, vormt één grote kluwen.GEERT DAS
Ik vind met name dat warme hart in een klimaatadaptieve delta is op meerdere niveaus interessant. Het is een opgave voor 50.000 woningen in de regio Zwolle. Zwolle ligt aan de IJssel. Die water en bodem opgave speelt daar heel erg in. Ze zorgen dat het ook nog klimaatadaptief wordt. Er zit ook een deel mobiliteit in natuurlijk. Dat vervoer beweegt zich dat doorheen. Dus die opgave wordt daarmee heel breed. Dus enerzijds te laten zien hoe die grote woon opgave kan landen in die regio, maar net zo belangrijk was en dat op een breed gedragen manier te doen. Plus wat ik daar heel mooi vind, dat heet warme harten. Ik denk dat het wel heel erg helpt als je een goede titel of een goed verhaal hebt waar je alles in samenvat. Al die plekken zijn hun warme hart en hebben hun eigen identiteit. Dus in die zin vind ik die warme harten goed gevonden. Dat het dat juist een beetje laat zien. Het gaat er toch wel om dat als je met mensen werkt, dat die ook aan elkaar kunnen vertellen hoe het in elkaar zit. Als je alleen een opsomming hebt van feiten, dan heb je geen verhaal. En ik denk dat dat wel iets is wat een soort aanvullende rol is van ontwerpend onderzoek. Om dat narratief ook op te bouwen.VIOLETTE SCHÖNBERGER
Creativiteit en verbeelding zijn bij uitstek extreem geschikte middelen om een samenleving verder te brengen en om steeds weer actuele vraagstukken opnieuw te beschouwen. De samenleving staat op spanning, er is veel polarisatie. Groepen zijn uiteengedreven. Dan kun je eindeloos veel notities over schrijven. Maar je kan ook proberen daar een enorme verbeeldingskracht aan te geven. Die beleidsnotities gewoon helemaal niet hebben. Soms is echt een heel krachtig kunstwerk of een heel krachtig fantasievol project. Dat draagt ontzettend veel bij aan nieuw denken.CAROLINE NEWTON
We slagen er niet meer in om echt nog buiten bestaande kaders te denken. Dat kan niet en dat kan niet, want. En uiteindelijk al die want al die redenen waarom het niet kan, zijn eigenlijk keuzes. Politieke keuzes. Dat zijn geen natuurwetten. Toch laten we onze verbeelding daardoor heel erg beknotten. Het is belangrijk van mogelijk andere toekomsten ook op een manier te verbeelden dat dat het maatschappelijk debat aanwakkert en aanzet.VIOLETTE SCHÖNBERGER
Het meest radicaal kleine project dat erbij zat, heet de wachtkamer. In zekere zin is dit echt, vind ik, een heel puur ontwerpend onderzoek. Omdat het gaat vanuit een diepgevoeld engagement met een vraagstuk, namelijk hoe huisvesten we asielzoekers in Nederland? De ontwerpers, die wilden daar iets mee, die waren gechoqueerd door hoe we dat nu doen. Die wonen met z’n met z’n zes of met z’n achten op een kamer gedurende maanden, hebben nul privacy. Na veel onderzoek en heel veel interviews en heel veel locatiebezoek zijn ze met asielzoekers die ook zelf ontwerper waren zijn ze gaan samenwerken. En eigenlijk waar het op neer kwam is dat waar het grootste tekort aan is, is privacy. Wat zij hebben ontworpen is een stapelbed. Maar een houten constructie met een gordijn met een kastje zodat je op slot kan doen waar je je echt kunt terugtrekken. Zodat je niet met zijn allen de hele tijd geconfronteerd bent met andermans leven. Dat kost echt niet veel meer dan zo’n stalen bedje dat er nu staat, maar het levert waanzinnig veel op, op allerlei niveaus. Mensen komen tot rust, mensen kunnen echt slapen, kunnen daardoor ook op een gezondere manier zich vestigen in Nederland, et cetera.CAROLINE NEWTON
Ik denk dat het een belangrijk onderzoek was om die dingen onder de aandacht te brengen. Dat mensen begrijpen van wat betekent dat nu voor een individu? Het verplicht ons om ons na te denken hoe gaan we ons daartoe verhouden?VIOLETTE SCHÖNBERGER
Het moment dat je heel veel keuzes hebt, zoals een grote landelijke verkenning rondom stikstof, infrastructuur, wonen, landbouw en noem het maar op. Maar je weet niet wat de kernwaarde is van wat je wil bereiken. Kun je ook eigenlijk geen keuzes maken, want al die data bij elkaar, die leiden niet tot een keuze. Ontwerpen is keuzes maken en dat kan alleen maar als je iets een bepaalde waarde daaronder legt. Dan kun je het expliciteren en dan kun je het er ook over hebben. Dan kun je ook zeggen ja, maar ik vind die waarde niet de juiste waarde en dan kun je op een andere manier gaan kijken. Komt er waarschijnlijk een andere keuze uit.CAROLINE NEWTON
Wij kunnen wel denken van energietransitie en zo. Heel belangrijk, We moeten daarop inzetten. Maar wat zijn de gevolgen? Welke schouders kunnen die transitie dragen? Wie gaat daarvoor opdraaien? Dat is gewoon een basislaag waar we moeten van vertrekken. En ik denk dat we daar open en eerlijk moeten over zijn. Van welke waarden nemen we mee in zo’n project? Voor mij is dat gewoon ja, we moeten ons daar niet voor excuseren. We moeten dat gewoon gerust op tafel leggen.ELS VERVLOESEM
Ik geef ook zelf les over ontwerpend onderzoek aan toekomstige stedenbouwkundigen. En ik merk ook dat dat bij de jonge generatie ook een soort van aha-ervaring is. Bijna van ah, ja, dit is ook stedenbouw. Als stedenbouwkundige mogen wij ons ook bemoeien met klimaatverandering, met duurzame mobiliteit, met alle sociale vraagstukken rond armoede, enzovoort. Sommige studenten vinden dat iets heel overweldigend. En terecht, want het zijn heel complexe vraagstukken en daarvoor moet je ook gaan samenwerken met andere disciplines. Maar tegelijkertijd is het ook wel enorm motiverend, omdat je op die manier ook wel een actieve rol in de samenleving kan spelen om op een of andere manier een klein steentje bij te dragen.CHRIS VAN LANGEN
Als ontwerpend onderzoek op een goede manier wordt uitgevoerd, want dat is natuurlijk ook nog wat we aan het oefenen zijn, aan het leren zijn, is het juist heel goed in staat om met dat soort onzekerheden om te gaan en toekomsten te definiëren of mogelijkheden definiëren die dat soort ontwikkelingen serieus nemen. De neiging van ontwerpers is soms nogal om oplossingsgericht te zijn. Ontwerpend onderzoek helpt om mogelijke oplossingen in beeld te brengen en daarover te hebben met anderen. En dat is in tijden van onzekerheid belangrijker dan ooit.JOLIJN VALK
We moeten nu veel meer gaan vertrouwen op het feit dat we het niet weten en dat we dus daarin een richting kunnen geven. Dus teruggrijpen op het verleden is in die zin gevaarlijk, omdat we nu op een periode zitten waar we niet weten precies waar we naartoe gaan. Als we teruggrijpen naar het verleden, dan weten we wat we gaan krijgen. Want dat hebben we namelijk al een keertje eerder gedaan en dat creëert problemen. Dus we moeten nu uit een ander putje gaan putten. Creativiteit, speculatie, de mogelijkheid, de verbeelding. En dat is natuurlijk superspannend. Helemaal voor beleidsmakers met een bepaald budget. Want dan weet je niet of dat allemaal gaat passen. Maar meer leven met twijfel, onzekerheid. Omarm dat en probeer daarop te vertrouwen.
De 3 actielijnen
Om de inzet van ontwerpend onderzoek te versterken, werken we met 3 actielijnen.
Actielijn 1: Stimuleren van lokale initiatieven
Het doel van deze actielijn is om meer ontwerpers, publieke en private opdrachtgevers, burgers en andere betrokkenen op lokaal niveau ervaring te laten opdoen met ontwerpend onderzoek. Op verzoek van de ARO organiseert het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (SCI) daarom elk jaar een gebiedsgerichte open oproep voor samenwerking tussen ontwerpers en lokale partijen. Een onafhankelijke commissie selecteert 12 voorstellen. Deze projecten krijgen subsidie voor ontwerpend onderzoek met een looptijd van 1,5 jaar. De eerste oproep verschijnt in de tweede helft van 2026.
Lees meer over de open oproepen en de projecten uit de vorige ARO-periode.
Actielijn 2: Samenwerken aan regionale opgaven
Met behulp van werkplaatsen zetten we ontwerpend onderzoek en maatschappelijke dialoog in om knelpunten in lopende ruimtelijke vraagstukken aan te pakken. Daarbij werken betrokken partijen samen aan nieuwe ideeën en handelingsperspectieven voor de toekomst van een gebied.
De afdeling Ruimtelijk Ontwerp en Advies van het ministerie van BZK coördineert en organiseert jaarlijks een aantal regionale werkplaatsen. Dit gebeurt samen met provincies en gemeenten.
In 2025 vonden werkplaatsen plaats in:
- de Kraag van Utrecht (onderdeel van de Hollandse Waterlinies);
- Fellenoord in Eindhoven (NOVEX-gebied Stedelijk Brabant);
- NOVEX-gebied North Sea Port District in Zeeland;
- de Wieringermeer in Noord-Holland, aan het IJsselmeer.
Actielijn 3: Breed verspreiden van goede voorbeelden
De derde actielijn richt zich op het verspreiden van toegankelijke en bruikbare kennis over ontwerpend onderzoek. Die kennis is bedoeld voor een breed publiek: burgers, maatschappelijke organisaties, overheden, marktpartijen en ontwerpers.
Dat gebeurt stapsgewijs en op verschillende manieren:
Bij ‘bundelen en duiden’ worden afgeronde ontwerpend onderzoeken geanalyseerd, beschreven en geëvalueerd. In 2025 hebben we, samen met Platform Ontwerp NL, honderd projecten onderzocht.
In 2026 delen we de resultaten van deze eerste stap. Ook start dan een vervolgonderzoek. Tot en met 2028 analyseren we nog ongeveer 75 recente ontwerpend onderzoeken.
De resultaten van ‘bundelen en duiden’ vormen de basis voor activiteiten waarmee kennis over ontwerpend onderzoek breed wordt gedeeld.
In 2025 startte, samen met Stichting Coördinatie Lokale Architectuurinitiatieven (CoLA), een reeks maatschappelijke dialogen over de rol van ontwerpend onderzoek bij lokale en regionale opgaven. . De reflectie op en de resultaten van die ronde zijn te vinden in de Eindrapportage Curatorschap Delen en Doen. De samenwerking met CoLA wordt in 2026, 2027 en 2028 voortgezet.
Vanaf 2026 volgen extra activiteiten voor verschillende doelgroepen. Daarbij werken onder andere CoLA, Platform Ontwerp NL en het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs samen. De opgedane kennis wordt gedeeld met publieke en private opdrachtgevers, maatschappelijke organisaties, ontwerpopleidingen en ontwerpers.
Om goed samen te werken aan grote ruimtelijke en maatschappelijke opgaven, zijn de juiste kennis en vaardigheden nodig. Dat geldt voor opdrachtgevers, ontwerpers, inwoners en andere betrokken partijen.
Eerder heeft de ARO de Design Innovation Group gevraagd onderzoek te doen naar competenties voor ruimtelijk professionals. Daarop bouwen we voort in de samenwerking met organisaties zoals NEPROM, de VNG, ontwerpopleidingen, Bureau Architectenregister en het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs. Ook hebben we de Veldacademie gevraagd onderzoek te doen naar wat er nodig is voor burgerparticipatie bij ontwerpend onderzoek. Dit onderzoek wordt in 2026 afgerond.
Het delen van goede voorbeelden betekent ook dat inspirerende projecten aandacht krijgen. De Gouden Piramide, de tweejaarlijkse Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap, draagt daaraan bij door goed opdrachtgeverschap zichtbaar te maken en te waarderen.
