De Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp (ARO) 2026-2028 is een gezamenlijk programma van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het programma versterkt de inzet van ruimtelijk ontwerp, en ontwerpend onderzoek in het bijzonder, bij de aanpak van ruimtelijk-maatschappelijke opgaven. In de komende jaren ligt daarbij de focus op regionaal en lokaal niveau.
Ontwerpend onderzoek helpt om mogelijkheden voor de toekomst te verkennen en samen met betrokkenen oplossingen te ontwikkelen die de leefomgeving verbeteren. Met de ARO verbeteren we de voorwaarden voor ontwerpend onderzoek, delen we kennis en vergroten we de ervaring met deze aanpak. Zo kan ontwerpend onderzoek op meer plekken worden toegepast.
De 3 actielijnen
Om de inzet van ontwerpend onderzoek te versterken, werken we met 3 actielijnen.
Actielijn 1: Stimuleren van lokale initiatieven
Het doel van deze actielijn is om meer ontwerpers, publieke en private opdrachtgevers, burgers en andere betrokkenen op lokaal niveau ervaring te laten opdoen met ontwerpend onderzoek. Op verzoek van de ARO organiseert het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (SCI) daarom elk jaar een gebiedsgerichte open oproep voor samenwerking tussen ontwerpers en lokale partijen. Een onafhankelijke commissie selecteert 12 voorstellen. Deze projecten krijgen subsidie voor ontwerpend onderzoek met een looptijd van 1,5 jaar. De eerste oproep verschijnt in de tweede helft van 2026.
Lees meer over de open oproepen en de projecten uit de vorige ARO-periode.
Actielijn 2: Samenwerken aan regionale opgaven
Met behulp van werkplaatsen zetten we ontwerpend onderzoek en maatschappelijke dialoog in om knelpunten in lopende ruimtelijke vraagstukken aan te pakken. Daarbij werken betrokken partijen samen aan nieuwe ideeën en handelingsperspectieven voor de toekomst van een gebied.
De afdeling Ruimtelijk Ontwerp en Advies van het ministerie van BZK coördineert en organiseert jaarlijks een aantal regionale werkplaatsen. Dit gebeurt samen met provincies en gemeenten.
In 2025 vonden werkplaatsen plaats in:
- de Kraag van Utrecht (onderdeel van de Hollandse Waterlinies);
- Fellenoord in Eindhoven (NOVEX-gebied Stedelijk Brabant);
- NOVEX-gebied North Sea Port District in Zeeland;
- de Wieringermeer in Noord-Holland, aan het IJsselmeer.
Actielijn 3: Breed verspreiden van goede voorbeelden
De derde actielijn richt zich op het verspreiden van toegankelijke en bruikbare kennis over ontwerpend onderzoek. Die kennis is bedoeld voor een breed publiek: burgers, maatschappelijke organisaties, overheden, marktpartijen en ontwerpers.
Dat gebeurt stapsgewijs en op verschillende manieren:
Bij ‘bundelen en duiden’ worden afgeronde ontwerpend onderzoeken geanalyseerd, beschreven en geëvalueerd. In 2025 hebben we, samen met Platform Ontwerp NL, honderd projecten onderzocht.
In 2026 delen we de resultaten van deze eerste stap. Ook start dan een vervolgonderzoek. Tot en met 2028 analyseren we nog ongeveer 75 recente ontwerpend onderzoeken.
De resultaten van ‘bundelen en duiden’ vormen de basis voor activiteiten waarmee kennis over ontwerpend onderzoek breed wordt gedeeld.
In 2025 startte, samen met Stichting Coördinatie Lokale Architectuurinitiatieven (CoLA), een reeks maatschappelijke dialogen over de rol van ontwerpend onderzoek bij lokale en regionale opgaven. Deze samenwerking loopt de komende jaren door.
Vanaf 2026 volgen extra activiteiten voor verschillende doelgroepen. Daarbij werken onder andere CoLA, Platform Ontwerp NL en het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs samen. De opgedane kennis wordt gedeeld met publieke en private opdrachtgevers, maatschappelijke organisaties, ontwerpopleidingen en ontwerpers.
Om goed samen te werken aan grote ruimtelijke en maatschappelijke opgaven, zijn de juiste kennis en vaardigheden nodig. Dat geldt voor opdrachtgevers, ontwerpers, inwoners en andere betrokken partijen.
Eerder heeft de ARO de Design Innovation Group gevraagd onderzoek te doen naar competenties voor ruimtelijk professionals. Daarop bouwen we voort in de samenwerking met organisaties zoals NEPROM, de VNG, ontwerpopleidingen, Bureau Architectenregister en het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs. Ook hebben we de Veldacademie gevraagd onderzoek te doen naar wat er nodig is voor burgerparticipatie bij ontwerpend onderzoek. Dit onderzoek wordt in 2026 afgerond.
Het delen van goede voorbeelden betekent ook dat inspirerende projecten aandacht krijgen. De Gouden Piramide, de tweejaarlijkse Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap, draagt daaraan bij door goed opdrachtgeverschap zichtbaar te maken en te waarderen.
