Met de gepubliceerde Ontwerp-Nota Ruimte maakt het Rijk ruimtelijke keuzes voor 2030 en 2050, met een doorkijk naar 2100. Deze manier van ruimtelijk ordenen op nationaal niveau kent een lange traditie. In deze zevendelige serie, geschreven door architectuurhistoricus en RO-vakjournalist Marieke Berkers, brengen we die traditie in beeld. Hoe kreeg beleid ruimtelijk vorm en met welke consequenties? Leidde die tot verdiepend vervolgbeleid? Of stimuleerden ruimtelijke resultaten en maatschappelijke ontwikkelingen de overheid juist om te veranderen van richting?

Mainport

Eind jaren tachtig trok de Rijksoverheid het thema 'verknopen' naar een hoger plan. De Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening uit 1988 zette stevig in op de verbetering van alles wat economische groeipotentie had. De sleutel naar een economisch sterk land zat hem in het slim verknopen van plekken met groeipotentie met andere plekken in Nederland, Europa en de rest van de wereld. De twee belangrijkste poorten naar de wereld – de luchthaven Schiphol en de haven van Rotterdam – speelden daarbij een belangrijke rol. Ze werden tot ‘mainport’ gedoopt en er werd planologisch volop geanticipeerd op verdere groei. Dat mondde uit in tal van bouwwerken, zoals de 3800 meter lange Polderbaan van Schiphol en de uitbreiding van de Rotterdamse haven met de 2000 hectare grote Tweede Maasvlakte.

Beeld: Aerophoto-Schiphol

Aanleg van de Polderbaan, 24 mei 2001.

Stedenring Centraal Nederland

Zonder de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening waren deze bouwprojecten er niet gekomen. De nota zette het mainport-denken in gang. En ook op stedelijk niveau zette men een zoektocht in hoe plekken met economische groeipotenties te versterken.

De makers van de nota, door de Telegraaf de ‘bright young kids’ van de Rijksplanologische Dienst genoemd, zetten de stip op de horizon in 2015. Waar de overheid in eerdere jaren de Randstad als economisch kerngebied zag, moest dat de komende decennia gaan uitdijen. Arnhem/Nijmegen en van de Brabantse Stedenrij zouden onderdeel gaan uitmaken van wat de Stesdenring Centraal Nederland ging heten.

Wie op de website Topotijdreis.nl via historische kaarten en luchtfoto’s de reis maakt tussen 1988 en nu, ziet deze Stedenring Centraal Nederland door de tijd heen langzaam ontstaan. Zoom je in op het knooppunt Arnhem/Nijmegen dan zie je beide steden naar elkaar toegroeien. Nijmegen maakte noordwaarts een sprong over de Waal. Arnhem verstedelijkte juist in zuidwaartse richting, met de aanleg van de wijk Schuytgraaf. In het oosten van Elst werd de nieuwbouwwijk Westeraan gebouwd. Met de vorming van dit knooppunt kon wonen, werken en recreëren gebundeld worden en werd de werkgelegenheid gestimuleerd. 

Beeld: Aerophoto-Schiphol

Rotterdam Tweede Maasvlakte, Logistiek bedrijfsterrein Distripark Maasvlakte en Rail Terminal West 2, 5 augustus 2020.

Gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde

Belangrijk thema van de vierde nota was ruimtelijke kwaliteit. "Het ruimtelijk beleid is erop gericht de gebruikswaarde van een gebied te vermeerderen, de belevingswaarde te verhogen, en de toekomstwaarde te vergroten." Representativiteit, allure, kenmerkende eigenheid, privacy, rust, meervoudig ruimtegebruik en verscheidenheid in vorm en functie waren hierbij sleutelwoorden.

Het kwaliteitsdenken werd in de jaren tachtig wel wat anders ingezet dan nu. Het was nog volop verbonden aan vooruitgangsdenken en economische groei. Inrichting van gebieden met ruimtelijke kwaliteit kon bijvoorbeeld helpen om internationale bedrijven over te halen zich op bepaalde plekken te vestigen. De nota rept ook over het belang van de kwaliteit van het landelijk gebied. Maar de voorgestelde agenda om de belasting van bodem, grond- en oppervlaktewater en van ammoniakuitstoot te verminderen leidde niet tot aanpakken van problemen bij de wortel: het afschalen van de vervuilende agrarische sector. De export van eieren, zuivel en vlees was immers ook belangrijk in het kader van behoud van de internationale concurrentiepositie van Nederland. 

Aanpak van het mobiliteitsvraagstuk

Twee jaar na het verschijnen van de nota strooide politiek Den Haag zand in de machine die voor de verdere uitwerking van de plannen moest zorgen. Kabinet Lubbers II viel en de VVD verdween van het bordes. Het nieuwe kabinet van CDA en PvdA zag de agenda rondom de ruimtelijke ordening net iets anders dan nog maar zojuist was opgeschreven.

De nieuwe inzichten landden in een nieuwe nota: de Vierde nota Extra, afgekort Vinex. Er werd voortgebouwd op het bestaande beleid, maar met meer aandacht voor vermindering van de milieubelasting. "[…] alle zeilen moeten worden bijgezet om verbetering ten opzichte van de huidige situatie te bereiken."

Het ruimtelijk beleid moest meehelpen het mobiliteitsvraagstuk aan te pakken. Het kabinet wilde dat bereiken door locatiekeuzen voor nieuwbouw beter te koppelen aan mobiliteitsoverwegingen. Uitbreidingen plande men aan bestaande stadsranden of binnenstedelijk. Ze werden bovendien voorzien van goede verbindingen per fiets en openbaar vervoer. Tussen 1995 en 2005 voorzag de nota Extra, verspreid over het land, voor en uitbreiding van de woningvoorraad met 650.000 nieuwe woningen. Verschillende wijken kregen een eigen treinstation, denk aan Utrecht Leidsche Rijn, Utrecht Terwijde, Amersfoort Vathorst of Tilburg Reeshof. 

"[…] alle zeilen moeten worden bijgezet om verbetering ten opzichte van de huidige situatie te bereiken."

Nederland in Noordwest-Europees verband. Uit de Vierde nota over de ruimtelijke ordening.

Sprong over de Waal

De afkorting van de nota - Vinex - is als naam blijven kleven aan de ontwikkellocaties. In die Vinex-wijken ging een eigen slag stedelingen wonen, de zogenaamde Vinex-bewoner. Of die mensen wel of niet in hun handjes mochten wrijven met hun leefomgeving veroorzaakte binnen de vakgemeenschap jarenlang discussie.

De nota stuurde op grote diversiteit aan woningtypes en kwaliteit van stedenbouw en architectuur. Wat was daarvan terecht gekomen? Politicus Adri Duivesteijn duidde in het Architectuurjaarboek van 1999 de productie van Vinex tot dan toe als ‘pretentieloos’. De beloofde compacte stad met bruisende stedelijkheid en diversiteit was er volgens hem nooit gekomen. In de kranten stond te lezen dat wonen in Vinex dodelijk saai was. Ondertussen wezen studies uit dat de meeste inwoners er domweg gelukkig waren. 

Het heeft weinig zin over Vinex "eeuwige doem uit te spreken", aldus Duivesteijn. En zo is het maar net. De Vinex kent een enorme verscheidenheid aan wijken. Hoe verschillend zijn wijken als Céramique in Maastricht, IJburg in Amsterdam of de stedenbouwkundig op kastelenbouw gebaseerde wijk Haverleij bij Den Bosch wel niet. En in Leidsche Rijn tref je in een Vinex-locatie een enorme diversiteit aan wijken aan, sommige in stedenbouw zorgvuldig voortbouwend op oorspronkelijke landschappelijke linten en andere met groen en water als stedenbouwkundige dragers.

Bovendien is het goed om in ogenschouw te nemen dat in 1999 de wijken nog helemaal niet af waren. Nu, ruim 35 jaar na presentatie van de nota, krijgt het Vinex-beleid ruimtelijk pas zicht op voltooiing. Voor de Waalsprong in Nijmegen geldt dat het qua stedelijkheid pas echt bruist sinds vorig jaar, met de oplevering van het centrumgebied van de wijk. Een compact stadshart met gezellige straatjes en pleinen. Bewoners hoeven nu niet meer de sprong terug te maken over de Waal voor een avondje uit in een cocktailbar, een hapje eten buiten de deur of een bezoek aan de kapper of speciaalzaak. 

Integratiekaart, Vierde nota over de ruimtelijke ordening.

Geloof in de zelforganiserende markt

Het Rijk trad in deze periode voorbij het idee van centrale sturing vanuit Den Haag. Waar het Rijk voorheen gemeenten en woningbouwcorporaties subsidieerde in het realiseren van woningbouwprogramma’s, deed het nu een beroep op de markt. Met het Vinex-beleid werd besloten dat het programma voor woningbouw op nieuwbouwlocaties voor maximaal dertig procent mocht bestaan uit sociale woningbouw. De markt moest instappen om de grootschalige woningbouwopgaven financieel gerealiseerd te krijgen. Daarmee werd het ook een product dat verkocht moest worden. Zo’n insteek werkt niet altijd bevorderlijk voor ruimtelijke kwaliteit.

In de Waalsprong liepen zaken anders dan vooraf gedacht. Ook hier deed initieel de markt mee aan de ontwikkeling van de wijk. Maar de woningbouwcrisis van rond 2010 ontnam de ontwikkelaars het zicht op verkoop van nieuw te bouwen woningen. Het project dreigde tot stilstand te komen. In 2013 traden de ontwikkelaars en de woningcorporaties daarom terug uit de Grondexploitatiemaatschappij (GEM). De gemeente Nijmegen bleef als enige deelnemer over en zette de ontwikkeling zelfstandig door. Met tenders zette de gemeente deelgebieden vervolgens in de markt. 

Een vergelijking van verstedelijking van het Knooppunt Arnhem/Nijmegen in 1988 en 2024.

Aanpassing van de kwaliteit

Anno 2026 heeft de sterke verwevenheid van infrastructuur, economie en ruimte geleid tot een complexe ruimtelijke situatie. De ontwikkeling van Nederland als distributieland heeft ervoor gezorgd dat er overal in Nederland, met name in de Stedenring Centraal Nederland, grootschalige logistieke centra en datacenters zijn gebouwd. Deze gebouwen vervullen een belangrijke functionele rol, maar het blijft een uitdaging om daarbij ook ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing te waarborgen.

Het terugdringen van automobiliteit blijkt lastig. Sinds 1990 is het autobezit in Nederland gestegen van 0,8 naar bijna 1,1 auto per huishouden. De afgelopen tien jaar zijn de auto’s per stuk daarnaast 8% zwaarder geworden. Dit onderstreept dat ruimtelijke planning weliswaar kan sturen, maar dat gedragsverandering slechts beperkt afdwingbaar is.

Schiphol groeit nog steeds, zij het gematigder dan voorheen. Tegelijkertijd is er een toenemende discussie over de houdbaarheid van een model dat uitgaat van voortdurende economische groei. Een wereldbeeld waarbij mensen binnen de planetaire grenzen willen opereren, met minder consumptie, lokale productie en eerlijke verdeling van welvaart zet de positie van een internationale mainport op het spel. In de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening stond deze denkrichting in aanzet al op papier: "Aanpassing van de kwaliteit zal veel vaker het antwoord op veranderingen zijn dan uitbreiding van de kwantiteit."

Plaatjes van uitgebeelde knooppunten in de Vierde nota over de ruimtelijke ordening.

De stedelijke knooppunten zoals aangewezen in de Vierde nota over de ruimtelijke ordening.

Twee schematische kaartjes naast elkaar in de Vierde nota over de ruimtelijke ordening.

Verbindingen voor wegverkeer en intercity-plus tussen de stedelijke knooppunten. Beeld uit de Vierde nota over de ruimtelijke ordening.

Kleurrijke kaart in de Vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra.

Ruimtelijk ontwikkelperspectief, Vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra.

Luchtfoto van de stad aan de rivier de Waal.

De Waalsprong aan de noordkant van de rivier de Waal, luchtfoto, 14 juni 2022, Aerophoto-Schiphol.

Beeld: Aerophoto-Schiphol

Schematische kaart in de Vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra.

Verstedelijking Oost Nederland. Beeld uit de Vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra.

Wijk in aanbouw aan de rivier de Waal.

Zicht op Hart van de Waalsprong met woonblokken, een parkeergebouw met zonnepanelen en het winkelcentrum in aanbouw, AM, 2023.