Met de onlangs gepubliceerde Ontwerp-Nota Ruimte maakt het Rijk ruimtelijke keuzes richting 2050, met een doorkijk naar 2100. Deze manier van ruimtelijk ordenen op nationaal niveau kent een lange traditie. In deze zevendelige serie, geschreven door architectuurhistoricus en RO-vakjournalist Marieke Berkers, brengen we die traditie in beeld. Hoe kreeg beleid ruimtelijk vorm en met welke consequenties? Leidde die tot verdiepend vervolgbeleid? Of zetten ruimtelijke resultaten en maatschappelijke ontwikkelingen de overheid juist aan om te veranderen van richting?
Eerlijk delen van kennis, macht en inkomen
"Bejaarden bepalen activiteiten", zo kopte dagblad Het Vrije Volk op 12 november 1975. De toekomstige bewoners van de bejaardenverzorgingsflat De Leeuwenhoek in Rotterdam hadden het voor elkaar gekregen dat ze mee mochten praten over het programma van hun nieuwe onderkomen. Vanuit hedendaags perspectief klinkt dit bericht weinig revolutionair. Dat bewoners mogen participeren over hun toekomstige leefomgeving vinden we nu zo normaal dat we bijna vergeten zijn dat aan deze verworvenheid een hele strijd vooraf is gegaan: burgerprotest. Dat maakte deel uit van een grote democratiseringsslag die Nederland in de jaren zeventig doormaakte. Nederland verschoot in deze periode politiek van kleur. Voor het eerst kreeg het een uiterst progressieve regering, waaraan partijen als D'66 en PPR (Politieke Partij Radikalen) deelnamen, geleid door de PvdA-er Joop den Uyl. Doel van het kabinet was het eerlijk delen van kennis, macht en inkomen.
Beeld: Ary Groeneveld, Gemeente Rotterdam (Stadsarchief)
In 1977 werd de eerste paal geslagen voor bejaardenverzorgingshuis Leeuwenhoek in het Oude Westen in Rotterdam.
Nederland is van alle Nederlanders
De Derde Nota over de Ruimtelijke Ordening is een kind van deze tijd. Deze nota bestond overigens niet uit één nota, maar uit drie delen: de Oriënteringsnota (1973), de Verstedelijkingsnota (1977) en de Nota Landelijke Gebieden (1977). Er werd ook nog een dappere poging gedaan om de vele woorden te vatten in de van een publiekssamenvatting met als titel 'Nederland is van alle Nederlanders'. Deze titel sloot aan op het doel van de nota: "Het bevorderen van zodanige ruimtelijke en ecologische condities dat: a. de wezenlijke strevingen van individuen en groepen in de samenleving zoveel mogelijk tot hun recht komen; b. de diversiteit, samenhang en duurzaamheid van het fysisch milieu zo goed mogelijk worden gewaarborgd."
Alle documenten die samen De Derde Nota Ruimtelijke ordening vormen.
Groeikernenbeleid en stadsvernieuwing
Wat verstedelijking betreft zette het kabinet in op een diversiteit aan smaken. Aan de ene kant werd het in de Tweede nota gepresenteerde beleid van gebundelde deconcentratie doorgezet, zij het dat de suburbanisatie niet te veel mocht gaan uitwaaieren. Het opgestarte groeikernenbeleid kreeg met nieuw instrumentarium, zoals financieringsregelingen, handen en voeten. Steden zoals Zoetermeer, Spijkenisse, Purmerend, Capelle aan den IJssel, Lelystad en Almere moesten ruimte gaan bieden aan de overloop van bevolking uit de nabijgelegen bestaande steden. Daarnaast – en dat was nieuw – richtte men zich ook op stadsvernieuwing van wijken in de bestaande stad. Nederland ontwaakte zo uit de roes van de Cityvorming, waarbij investeringen in binnesteden opgingen aan de economische functies ten koste van de woonfunctie. Het was bij die stadsvernieuwing "zaak om zoveel mogelijk te varen op het kompas van de direct betrokkenen", staat te lezen in de Oriëntatienota.
Pagina uit de publiekssamenvatting Nederland is van alle Nederlanders van de Derde Nota voor de Ruimtelijke Ordening. Hier wordt een mogelijke uitwerking van stadsvernieuwing getoond.
In bad bij de burgemeester
Dat laatste was in een aantal steden al afgedwongen door bewoners. Wat participatie betreft was de overheid dus volgend op wat de burger had opgestart. In het voorbeeld van bejaardenverzorgingsflat De Leeuwenhoek in Rotterdam was het Aktiegroep Het Oude Westen die de ouderen hielp. Bij oprichting van de groep in 1970, bekeken veel politici deze bewoners die met spandoeken de straat opgingen of met hun gebalde-vuisten-taal raadsvergaderingen ontregelden nog met groot wantrouwen. De actievoerders riepen op tot realiseren van woonkwaliteit, het behouden van het bestaande stedelijke weefsel en vergroten van de betrokkenheid van de bewoners bij planvorming. Zo deden dat vaak op ludieke wijze.
Zo belden in 1973 vijf jonge actievoerders aan bij de Rotterdamse burgemeester Thomassen. Ze vonden dat ze recht hadden op gelijksoortige sanitaire voorzieningen als waarover de burgemeester beschikte. Langzaamaan kregen de actievoerders de politici mee in hun ambities. Aktiegroep Het Oude Westen heeft er in belangrijke mate aan bijgedragen dat de gemeente veel budget ging steken in onder meer het opkopen en het opknappen van slecht onderhouden particuliere woningen. Via het in 1978 opgerichte Gemeentelijke Woningbedrijf Rotterdam en corporaties werden de woningen vervolgens weer aan bewoners verhuurd.
"Gelukkig bestaat Aktiegroep Het Oude Westen nog. De groep komt nog steeds op voor het buurtbelang."
Beeld: Het Parool
Magleen Smouter voert actie in bad bij burgemeester Thomassen. Parool, 30 april 1970.
Volkswoningbouw als maatwerk
In 1977 maakte de overheid voor veertien gemeenten geld vrij om verkrotte binnensteden en vooroorlogse wijken te vernieuwen en daarmee de kwaliteit van de binnensteden te verbeteren. De stadsvernieuwing leverde bijzondere architectonische projecten op, al wordt dit naoorlogse erfgoed nu niet altijd even best gewaardeerd. Maar wie voorbij de vaak onopvallend vormgegeven gevels kijkt, ontdekt vaak dat dit type gebouwen veelal beschikt over goede plattegronden, gericht op leefbaarheid. Neem bijvoorbeeld het Gaffelblok in het Oude Westen. De architect ervan, Andries van Wijngaarden, bepaalde samen met de bewoners de indeling en afwerking van de woningen. Van Wijngaarden – evenals zijn collega-stadsvernieuwers - werkte heel anders dan architecten tot dan toe waren gewend. Ze ontwierpen naast gebouwen ook participatietrajecten. Ze stelden zich vaak bescheiden op en gaven bewoners een doorslaggevende stem. Volkswoningbouw als maatwerk, noemde Van Wijngaarden dat.
Beeld: Rotterdamwoont.nl
Het Van Gaffelblok naar ontwerp van Andries van Wijngaarden, 1979.
Natuurbehoud en -beheer op nationaal niveau
Inspraak opeisen was niet alleen een stedelijke kwestie. Ook op het platteland liet men van zich horen. Daar ondervond het megaproject van de ruilverkaveling steeds meer weerstand. Zo’n vanuit het rijk gestuurd proces paste niet meer bij een samenleving die liever bottom-up wilde werken en bovendien steeds meer aandacht kreeg voor het milieu. Boeren demonstreerden voor een meer democratische wijze van stemmen, een die hun belang beter zou bedienen. Milieuorganisaties vroegen aandacht voor natuurbeheer.
De Derde Nota voor de Ruimtelijke Ordening kwam aan hun wensen tegemoet. In de Oriëntatienota gaf de overheid blijk van een nieuwe houding ten opzichte van natuur. "De menselijke samenleving is een onderdeel van de totaliteit van de levende en dode natuur en is er dus mede van afhankelijk, dat ook andere onderdelen van die totaliteit, van het ecosysteem, goed functioneren." Deze wat wollige zin maande de overheid aan om goed voor de natuur te gaan zorgen, want enkel dan kon het ecosysteem gezond functioneren. Zo werden natuurbehoud en -beheer op nationaal niveau onderdeel van het rijksbeleid.
In de Relatienota (1975) werd bepaald dat 200.000 hectare aan nieuwe natuur gerealiseerd moest worden. De overheid zette zo eerste stappen tot de realisatie van een (inmiddels weer afgeschafte) Nederlandse Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een samenhangend netwerk van goed verbonden natuurgebieden. De Nota Landelijk Gebied uit 1977 gaf natuur ook plek, op de zogenaamde zonekaart. Naast zones voor natuur waren er ook zones voor landbouw en voor gemengde gebieden. Hier konden natuurbeschermingsinstanties of boeren, met subsidies gecompenseerd, aan natuurbeheer doen. Het agrarisch beleid was onder meer gericht op het "tegengaan van de ongunstige effecten van de landbouw op andere functies." Maar dit beleid heeft nooit voldoende navolging gekregen.
"De menselijke samenleving is een onderdeel van de totaliteit van de levende en dode natuur en is er dus mede van afhankelijk..."
Beeld: Rob Mieremet / Anefo. Nationaal Archief.
Boeren demonstreren tegen de stemming over ruilverkaveling in Tubbergen in Twente in 1971.
Inspraak als immaterieel erfgoed
De overheid hinkte op twee benen. Het landschap zoneren klinkt democratisch, maar geeft problemen als je er niet voor zorgt alle landschapsgebruik natuurvriendelijk gebeurt. Watersystemen, de bodem en planten, dieren, micro-organismen trekken zich immers niks aan van zoneringsgrenzen. Ze hebben baat bij een systeem dat in samenhang gezond functioneert. Desalniettemin is de invloed van de Derde Nota Ruimtelijke Ordening voor de meeste mensen in Nederland dagelijks merkbaar. Bijna tien procent van de inwoners van Nederland woont in een groeikern. De stad heeft met de stadsvernieuwingswijken een enorme boost gekregen. Met de aandacht voor de bestaande stad en haar kwaliteiten is ook de erfgoedsector steeds beter aangehaakt geraakt bij stedelijke ontwikkelingen. Inspraak is juridisch ingebed geraakt in de ruimtelijke planningspraktijk, al kan de uitvoering ervan op vele plekken nog een stukje inclusiever. Gelukkig bestaat Aktiegroep Het Oude Westen nog. De groep komt nog steeds op voor het buurtbelang en maakt sinds 2023 zelfs deel uit van het netwerk van Immaterieel Erfgoed Nederland.



