Op 24 juni vond de Dag van de Ruimtelijke Ordening 2026 plaats. Tijdens deze jubileumeditie kwamen professionals uit het ruimtelijk domein samen om kennis en ervaringen uit te wisselen over de inrichting van onze leefomgeving. Het programma bood een mix van inspirerende sprekers, interactieve workshops en waardevolle netwerkmomenten. Laura Smet van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verzorgde de workshop ‘Het Toekomstraam: vanuit ‘samenspanning’ een ruimtelijk vergezicht scheppen’. Laura blikt terug op de workshop en benadrukt de relevantie van de stem van de toekomst.
Laura: “Tijdens deze workshop gingen we, samen met zowel jongeren als professionals die langer in het ruimtelijke domein werken, aan de slag met het Toekomstraam. Het Toekomstraam is een fysieke houten stellage die de mentale ruimte voor het bedenken van oplossingen kan vergroten. Als instrument kan het Toekomstraam helpen om de verbinding te leggen tussen verschillende mogelijke toekomsten en versies van het verleden (de houten ringen in de stellage die verbonden worden door verschillende lijnen). In groepjes van drie personen werden deze lijnen gespannen vanuit persoonlijke ervaringen. Dit opende het gesprek over de ruimtelijke ordening van ons land en de mogelijke toekomsten. Dit instrument is ontwikkeld door de Urban Futures Studio (Universiteit Utrecht) en De Nacht Club. Zij waren dan ook aanwezig bij deze workshop om de deelnemers te begeleiden.”
Denkkracht samenbrengen
“De Urban Futures Studio en De Nacht Club zetten deze werkwijze al sinds 2025 in tijdens verschillende workshops in het teken van verschillende opgaven. Het leek ons een fijne manier om het gesprek over de ruimtelijke ordening in het teken van het principe ‘niet afwentelen’ uit de Ontwerpnota Ruimte open te breken. Hierbij is het natuurlijk van belang verschillende generaties mee te laten praten. De focus is hierbij op de jongeren gelegd, met een accent op hun denkkracht. Tegelijkertijd leert de ervaring dat het des te meer effect heeft als we deze denkkracht in contact brengen met de professionals die al langer in het ruimtelijk domein actief zijn. Dat is de ideale mix waar je naar op zoek bent: zet ze bij elkaar en je krijgt interessante vergezichten.”
Vol trots
Laura kijkt met een grote glimlach terug op de workshop. Tegelijkertijd jeuken haar handen: “Ik ben trots op wat we in een uur hebben kunnen bereiken. Maar ik zou nog trotser zijn als de dialoog met jongeren structureler kan plaatsvinden in onze gehele maatschappij. Aangezien ik zelf pas een jaar hier bij BZK werk, was dit mijn eerste editie van de Dag van de Ruimtelijke Ordening. Maar door de waardevolle gesprekken die ik heb gehad, zeker niet de laatste. Niet alleen in de workshop die we hadden georganiseerd, maar ook zeker daarbuiten is het een fijn programma voor mensen die willen weten wat er speelt in het ruimtelijk domein. Die op zoek zijn naar nieuwe kennis , maar vooral naar elkaar. Ik denk dat we die kruisbestuiving ook in ons dagelijkse werk vaker moeten opzoeken.”
Structurele dialoog
Laura zet zich, los van deze workshop, graag in voor een structurele dialoog tussen jongeren en het ruimtelijke domein, en dus ook in de verbinding met het ministerie. “Met het jongeren-traject afgelopen voorjaar hebben we geoefend. Onder meer door jongeren te vragen met creatieve voorstellen te komen voor de uitvoering van de nieuwe Nota Ruimte. Dat smaakte wederzijds naar meer. En het heeft ervoor gezorgd dat jongeren ook volop het podium hebben gekregen tijdens de Dag van de Ruimtelijke Ordening. We gaan nu onderzoeken hoe we dit kunnen doortrekken naar een structurele dialoog. Nederland is immers nooit af. En het gesprek erover dus ook niet. Het is dus zaak om te luisteren naar de denkkracht van jongeren. Het is vooral heel zonde om dat niet te doen. Ook in de dagelijkse praktijk zouden we, net zoals met het Toekomstraam, wat vaker op zoek moeten naar minder voor de hand liggende oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken. En zeg nou zelf: wie kun je daar nou beter bij gebruiken dan de generatie van morgen?”