In een serie van 7 praktijkverhalen onderzoekt journalist Marieke Berkers op uitnodiging van de afdeling Ruimtelijke Kwaliteit uiteenlopende gebiedsontwikkelingen. Welke ruimtelijke kwaliteit is er gerealiseerd en welke lessen zijn er geleerd? In deze zevende en laatste aflevering staat de wijk Schollevaar-Zuid in Capelle aan de IJssel centraal. Een verouderde jaren 70-wijk waarin volop gewerkt wordt aan toekomstbestendigheid.

Beeld: Sneeuwvlakte, Wikimedia Commons

De wijk Schollevaar-Zuid in Capelle aan den IJssel is in de jaren zeventig en tachtig gebouwd. De wijk is verouderd, onder meer vanwege verschuivingen in de demografie. In plaats van gezinnen is het aandeel (alleenstaanden) ouderen gegroeid. Ook neemt de sociale samenhang sinds enkele jaren af. Daarnaast vragen actuele opgaven, zoals de energietransitie of klimaatadaptiviteit, ruimtelijk om plek. Hoe pak je de vernieuwing van de wijk op zo’n manier aan dat de wijk er niet alleen ruimtelijk beter op wordt, maar ook sociaal? Startpunt van wijkvernieuwing is het in kaart brengen van bestaande kwaliteiten, om daarop vervolgens te kunnen voortbouwen. Een nulmeting helpt om deze waarden voor het voetlicht te brengen.

Blauwgroen dooraderde wijk

De ontwerpers van het Intentieplan voor Schollevaar (1976) voorzagen de wijk van een groenblauwe stuctuur die tot diep in de woonbuurten reikte. Maar liefst acht kilometer aan bebouwing kwam aan een groene omgeving te liggen. Achter het winkelcentrum ligt een forse groenzone met een grote vijver. Deze blauwgroene aders zijn nog steeds aanwezig in de wijk en worden door de huidige bewoners als positief beoordeeld. De structuren zijn echter in de loop der tijd sleets geraakt. Het grachtensysteem dat door de wijk loopt is voorzien van stenige kades. De blauwgroene structuur geeft evenwel kansen om opgaven van nu structureel plek te geven tot diep in de woonbuurtjes toe. Een natuurlijkere inrichting van deze structuren kan helpen bij het opvangen van piekbuien en terugdringen van hittestress en bevordert bovendien de biodiversiteit. Daarmee kan de ecologische toekomstwaarde van de wijk groeien.

Wandel- en fietsnetwerk door het groen

In de groenblauwe structuur planden de ontwerpers eind jaren zeventig de routes voor langzaam verkeer. Deze liggen er nog steeds. Werken aan een betere uitstraling en aantrekkelijkheid van deze routes geeft kansen voor een betere benutting ervan. Dat kan helpen bij het oplossen van een aantal opgaven in de buurt. Bewoners geven aan dat ze behoefte hebben aan laagdrempelig ontmoeten. Ook is er sprake van vergrijzing en staat tegengaan van eenzaamheid hoog op de agenda. Fietsen en wandelen geeft kansen op toevallige ontmoetingen. Bovendien organiseer je zo ook “ogen op straatniveau”. Verbetering van sociale controle is belangrijk, want de buurt heeft te kampen met overlast van jeugd en eenzaamheid en wordt daardoor als sociaal onveilig ervaren.

Kleinschalige buurtjes

Schollevaar is ontworpen als een verzameling van kleinschalige woonbuurtjes. Buurten kregen daardoor in beleving en gebruik een menselijke maat. In dit type woonwijk kunnen buurtbewoners elkaar gemakkelijk herkennen en daardoor leren kennen. De beleving van de kleinschaligheid wordt echter onder meer in de weg gezeten door het in de tijd fors gegroeide autogebruik; ten opzichte van de jaren zeventig is autogebruik met factor 3 gegroeid. Op een aantal plekken in de buurt zijn woondekken te vinden. Deze gestapelde woningen met verhoogde straten op een parkeerdek hebben een typisch jaren zeventig uitstraling. Weghalen van de parkeerdekken zou de interactie tussen gebouw, bewoners en gebruikers sterk kunnen verbeteren. De praktijk leert echter dat terugdringen van autogebruik lastig is. Veel van de parkeerplekken op de dekken zijn in particulier bezit. Mensen willen hun parkeerplek niet graag kwijt. Dat zorgt voor een paradoxale situatie. Aan de ene kant willen bewoners elkaar vaker toevallig ontmoeten en tegelijkertijd stappen ze het liefst zo dicht mogelijk bij huis in een afgesloten capsule, hun auto. Het beter beleefbaar maken van de kleinschaligheid van de wijkopzet en het toevoegen van groene kwaliteiten in de publieke ruimte kan bewoners stimuleren de auto te laten staan of zelfs de deur uit te doen.

Treinstation als economische waarde

Met station Schollevaar kent de wijk een goede treinverbinding met Rotterdam en met Gouda en Amsterdam. Vanwege deze goede verbinding met grote steden waar volop werkgelegenheid is, heeft het station een hoge economische gebruikswaarde. Wel is er werk aan de winkel om de uitstraling van het station te verbeteren. Het station presenteert zich nu met een achterkant naar de openbare ruimte. De gemeente is voornemens om de noordkant van het station, waar het winkelcentrum is, belangrijker te maken. Door van deze plek een ‘voorkant’ te maken met een herkenbare en prettige uitstraling zal de economische gebruikswaarde van het station stijgen. Ook vergroot dit de kans op groei van het aantal treinreizigers ten opzichte van autogebruikers. Op wijkniveau levert dat een gezondere en prettigere leefomgeving op.

Beeld: Sneeuwvlakte, Wikimedia Commons

Rijke variatie aan type woningen en woonplattegronden

Schollevaar is opgezet voor gezinnen en kent voor deze doelgroep een rijke variatie aan type woningen en woonplattegronden. Wat mist is een woningvoorraad die aansluit bij de wensen van (alleenstaande) ouderen. Daardoor stremt momenteel de doorstroom in de wijk. Wanneer met gerichte verdichting of vernieuwing de doorstroom weer op gang komt, biedt Schollevaar ook op de lange termijn voldoende aantrekkelijke woningen voor (jonge) gezinnen. Verdichting met woningbouw kan helpen om kwaliteit toe te voegen in de wijk. Wat verdiend wordt aan woningbouw kan bijvoorbeeld uitgegeven worden aan investeringen in groenblauwe netwerken die de ecologie, recreatie en de leefbaarheid van een wijk ten goede komen.

Integrale kwaliteit heeft baat bij een integrale alliantie

De handreiking 'Transformatie naoorlogse wijken' presenteert Schollevaar-Zuid als casegebied. Doelbewust is gewerkt met een alliantie van elkaar in expertise aanvullende spelers, opdat de opgave integraal kan worden aangepakt. Belangrijk, want de opgaven in dit type wijken zijn te complex om geïsoleerd aan te vliegen. Ontwerpers vanuit de domeinen landschapsarchitectuur, stedenbouw en architectuur zijn betrokken. Ook organiseerde de gemeente in de buurt verschillende bewonersbijeenkomsten om kennis, ideeën en wensen van bewoners en gebruikers op te halen. De gemeentelijke Gebiedsregisseur, beheerders van de wijkhub en van het Huis van de Wijk, een oud-voorzitter Wijk Overleg Platform en een stadsmarinier zijn ook aangehaakt. Al deze partijen tezamen kunnen de context van een wijk duiden en preciezer invulling geven aan de opgaven die er spelen. Zo’n sterke alliantie is een voorwaarde voor een integrale en kwalitatieve aanpak van wijkvernieuwing.

Stapelen van opgaven

In Schollevaar worden de drie thema’s van het MooiNL perspectief Leefbare Steden op steenworp afstand van elkaar aangepakt. Het werken aan 'Stedelijke knooppunten', aan 'Groen en gezond leven in de stad en 'Transformatie naoorlogse wijken'. Juist zo’n stapeling van opgaven, zoals meer ruimte voor groen, klimaatadaptatie, energie- en warmtetransitie, en de mobiliteitstransitie, biedt kansen om opgaven te combineren in de ontwerpoplossingen, ook wanneer de aanleiding enkelvoudig is. De beschikbare ruimte in de wijk is immers te beperkt voor enkelvoudige oplossingen. Het samenvatten van opgaven is ook belangrijk als het gaat om het doen van investeringen. Zo zijn in Schollevaar bijvoorbeeld de scholen tegelijkertijd verouderd, ze zijn allemaal in dezelfde periode gebouwd. Bij het vernieuwen van de scholen kunnen andere opgaven meegenomen worden en kunnen zo ook investeringsbudgetten worden gecombineerd.