Met de Ontwerp-Nota Ruimte maakt het Rijk ruimtelijke keuzes voor 2030 en 2050, met een doorkijk naar 2100. Deze manier van ruimtelijk ordenen op nationaal niveau kent een lange traditie. In deze zevendelige serie, geschreven door architectuurhistoricus en RO-vakjournalist Marieke Berkers, brengen we die traditie in beeld. Hoe kreeg beleid ruimtelijk vorm en met welke consequenties? Leidde die tot verdiepend vervolgbeleid? Of stimuleerden ruimtelijke resultaten en maatschappelijke ontwikkelingen de overheid juist om te veranderen van richting?
Boompieper of oprukkende woningbouw?
Voor deze serie reisde ik door heel Nederland om te zien hoe nationaal ruimtelijk beleid ons landschap heeft gevormd. Van de Woningwet uit 1901 tot en met de Vijf Nota’s over de Ruimtelijke Ordening: overal zie je dat lokale plekken mede zijn bedacht aan de tekentafel in Den Haag. Nederland is tot in de kleinste details gepland. Neem de boompieper in de Houtrakpolder. Dat dit vogeltje daar zingt, is geen toeval. In de Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening uit 1966 wees de rijksoverheid dit gebied aan als een groene buffer tussen de nieuwe Amerikahaven en woongebieden.
Beeld: Historisch Geografisch Tijdschrift
Ontwerp van het recreatiegebied Spaarnwoude, Jakoba Mulder, 1969.
Beeld: Aerophoto-Schiphol
Houtrakpolder, het Groene Schip, Recreatiegebied Spaarnwoude. De heuvel is de noordelijke eerste fase van een natuurlijke grens tussen het gebied van de Amsterdamse haven en het recreatiegebied. De heuvel is aangelegd met bodemas van afvalenergiecentrales.
Landschapsarchitect Jakoba Mulder maakte voor dit nieuw recreatiegebied Spaarnwoude een ontwerp. Op sommige plaatsen plande ze bos, de favoriete leefomgeving van de boompieper. Nu staat de rust in deze polder onder druk. Waar schuift de haven naartoe als Amsterdam straks westwaarts woningen gaat bouwen? En waar plaatsen we de duizenden transformatorstations die nodig zijn voor de energietransitie. De aan de rand van de haven gelegen Houtrakpolder is zoekgebied voor deze opgaven.
Bouwstenen voor de Ontwerp-Nota Ruimte 2050
De Houtrakpolder is een voorbeeld van een gebied waar de ruimtelijke opgaven zó groot en gestapeld zijn, dat ze vragen om gezamenlijke regie van het Rijk en de regio. De rijksoverheid wees met haar programma NOVEX uit 2022, verspreid over Nederland, zestien van dit soort gebieden aan. Hier legden het Rijk, samen met regionale partijen zoals provincies en waterschappen een ruimtelijke puzzel. Welke functies kunnen we waar (gestapeld) inpassen en hoe kan het gewenste programma in samenhang en op kwalitatieve wijze plek krijgen? Resultaten van het programma vormen de bouwstenen voor de Ontwerp-Nota Ruimte 2050. De op meervoudig en samenhangend ruimtegebruik gerichte aanpak zie je ook doorgezet in de nota.
Ontwerp-Nota Ruimte 2050
Wat opvalt bij het doorbladeren van de ruim 350 pagina’s tellende nota is dat planning gericht op maakbaarheid definitief tot het verleden behoort. Deze nota wil expliciet doorbouwen op wat er al is in Nederland. Ontwikkelingen moeten gepaard gaan met het versterken van de bestaande bodem- en watersystemen.
Beeld: Ontwerp-Nota Ruimte (2025)
Kaart van de bouwsteen: regionale samenhang landbouw en natuur met water en bodem (water). Deze kaart duidt de veranderende condities van het water- en bodemsysteem met nadruk op de watercondities.
Elke regio telt, luidt het motto van de nota. De regio moet bijdragen aan het oppakken van alle opgaven. ‘Dat betekent sterk houden wat sterk is en sterker maken wat sterk moet zijn,’ Aldus de nota. Dat gaat niet alleen over de economische waarde van regio’s, maar ook over hun identiteit, erfgoed en landschappelijke waarde. Het zijn niet alleen de woorden in de nota die op voortbouwen gericht zijn. De houding is ook terug te vinden in keuzes voor kaartmateriaal. Zo toont de eerste kaart alle bestaande cultuurlandschappen van Nederland, zoals duinen, kwelderwallen, veenontginning, stroomruggen en stuwwalgebieden. Niks geen gerationaliseerd toekomstbeeld, maar zicht op het fundament waar alle plannen van de komende jaren mee rekening dienen te houden. Zo schemert door de Visie 2050 de bestaande bodem- en waterkaart.
Beeld: Ontwerp-Nota Ruimte (2025)
Visiekaart 2050: een samenhangend toekomstbeeld met op hoofdlijnen de samenhang tussen keuzes.
Deze Visiekaart fungeert bovendien nadrukkelijk als een stip op de horizon met in ‘hoofdlijnen’ de samenhang tussen keuzes. Hij laat nog ruimte voor nadere invulling. De toekomst is denkbaar, niet maakbaar.
Nederland op ooghoogte in 2050
Nederland zal op ooghoogte flink veranderen, belooft de nota. Wie wil weten hoe, gaat het beste op reis naar de plekken waar al met bovengenoemde houding van doorbouwen op bestaande fundamenten wordt gewerkt. Zo’n reis doet je zin krijgen in de toekomst. Wandelen door het beeklandschap van de Grote Kleine Beerze in de Brabantse Kempen bijvoorbeeld. De van oudsher meanderende beken werden in 1969 in de ruilverkaveling Zaligheden Oost en West vergraven, verbreed en verdiept.
Beeld: Fotograaf: Frank van Dorst
Aanleg van het moerasbos en de meanderende Groote Beerze, Hapert, 2001. Beeldcollectie Waterschap De Dommel, Brabants Historisch Informatie Centrum.
Dat leek toen een goed idee, want zo kon je het landschap rationeel plannen, herverkavelen en doelmatig bewerken. Maar die rechtgetrokken beken zijn slecht inzetbaar om de wateropgaven van vandaag de kop te bieden. Meanderende beken bieden het water een langere route van A naar B waardoor het meer tijd heeft de grond in te sijpelen, belangrijk bij het lokaal vasthouden van zoetwater vasthouden of het realiseren van overloopplekken om wateroverlast op andere plekken te voorkomen. De Grote en de kleine Beerze zijn tussen 2021 en 2026 weer in hun originele meanderende staat teruggebracht. De beken helpen zo het landschap in gezonde staat te houden bij droogte en hevige regenval.
Beeld: Ontwerp-Nota Ruimte (2025)
Kaart Zoetwaterbeschikbaarheid en waterkwaliteit. Op deze kaart staan de verschillende aspecten die invloed hebben op de zoetwaterbeschikbaarheid en zoetwaterkwaliteit.
Groen-blauwe dooradering van de stad
Ook in de stad zal de water- en bodemdynamiek functioneel ingezet worden, bijvoorbeeld bij opgaven als hittestress. Dat zien we al in ‘sponsstad’ Zwolle. Ook voor deze stad geldt dat het huidige beleid ruimtelijke keuzes uit het verleden ‘corrigeert’. De stad groeide in de jaren ‘60 flink (onder meer gestuurd en gestimuleerd door het nationale groeikernenbeleid). Woningbouw werd toen gecombineerd met het werken aan een goede bereikbaarheid, lees: het asfalteren en verstenen van de stad.

Stationsplein Zwolle voor de inpassing van waterbergingsmaatregelen en vergroening, Historisch Centrum Overijssel, 1996. 
Stationsplein Zwolle na de inpassing van waterbergingsmaatregelen en vergroening.
Wederom speelt hier nu een woningbouwopgave, maar deze keer besloot de gemeente dat elke gebiedsontwikkelingen in de binnenstad eraan moest bijdragen de stad klimaatbestendig te maken. Toen het stationsplein op de schop ging, werd er gekozen voor een natuurlijke herinrichting. Bij regen stroomt water in laag in de bestrating liggende plantvakken Op het laagste punt van het plein is een superkolk aangelegd: een slimme put waarin bij hevige regenval water kan stromen naar een onder het plein aangelegd krattensysteem voor wateropvang. In de Stationsweg wordt het water geïnfiltreerd in de bodem. Het plein en de omgeving is nu groen en blauw dooraderd en veranderd van een grauw doorgangsgebied tot een schaduwrijke groene verblijfsruimte.
Kiezen én delen
Het is in 2050 kiezen én delen. Hoog over zijn keuzes gericht op ‘wat komt waar’. Zo wijst de nota bijvoorbeeld drie nieuwe groeiregio’s aan. In de regio’s Groningen-Assen, Twente en Zuid-Limburg wil het Rijk een schaalsprong initiëren.
Beeld: Ontwerp-Nota Ruimte (2025)
Bouwsteen: sterke en onderscheidende regio's. Op deze kaart staan de regio’s met een typering (XL-regio’s, L-regio’s, M-regio’s en S-regio’s) en de relaties tussen kernen binnen de regio’s.
Dat betekent: faciliteren dat daar zowel de bevolking als de economie kan gaan groeien. Richting uitvoering zal bekeken worden of kiezen gecombineerd kan worden met delen. Daar waar een opgave landt is meervoudig ruimtegebruik een belangrijk principe, hoe geef je dat goed vorm? Dat geldt ook voor de Houtrakpolder. Met het uitwerken van een landschapsplan zal het inplannen van het transformatorstation gepaard gaan met een klimaatbestendiger waterbeheer. De boompieper gaat het in 2050 misschien ook prettig vinden in de stad; als we daar de opgave van woningbouw en het planten van bomen combineren gaat het vogeltje straks ook daar zingen.