Met de Ontwerp-Nota Ruimte maakt het Rijk ruimtelijke keuzes voor 2030 en 2050, met een doorkijk naar 2100. Deze manier van ruimtelijk ordenen op nationaal niveau kent een lange traditie. In deze zevendelige serie, geschreven door architectuurhistoricus en RO-vakjournalist Marieke Berkers, brengen we die traditie in beeld. Hoe kreeg beleid ruimtelijk vorm en met welke consequenties? Leidde die tot verdiepend vervolgbeleid? Of stimuleerden ruimtelijke resultaten en maatschappelijke ontwikkelingen de overheid juist om te veranderen van richting?

Het ontstaan van een ruimtevraag

"Pas als de burgemeester met zijn kont in het water zou zitten, nemen ze maatregelen!", roept een wanhopige inwoonster van het Limburgse dorp Borgharen als in 1993 het water tot aan haar middel staat. De Maas is door aanhoudende regen in de Ardennen en Frankrijk uit haar oevers getreden. Borgharen kent een derde overstroming in nog geen vijftien jaar. De plaatselijke slager is enkel nog per kano bereikbaar. De verantwoordelijke wethouder, Jan Hoen, erkent het probleem van waterveiligheid, maar wijst voor oplossingen naar de provincie en Rijkswaterstaat. Hoen heeft een punt. Water trekt zich weinig aan van grenzen. Wie hoogwaterproblemen wil oplossen, zal met alle betrokken partijen uit de rivierdelta aan de slag moeten gaan. Twee jaar later is het weer raak in Borgharen. Ditmaal is ook Gelderland de klos. 
 

Beeld: Bart van Eyck

Hoogwater in Borgharen

Meebewegen met water

De hoogwaternood van 1993 en 1995 schudde op alle niveaus de overheden wakker. Men was het erover eens dat in tijden van klimaatverandering een aanpak van enkel dijken verhogen een weinig duurzame keuze is. Klimaatverandering verhoogt de risico’s op overstromingen, maar in de zomer zijn er ook langere periodes van droogte. Dan is het zaak water lokaal juist langer vast te houden. In plaats van vechten tegen het water, geeft ‘meebewegen met water’ betere kansen op een duurzaam waterbeheer. In de Vijfde nota voor de ruimtelijke ordening, die in 2000 onder leiding van minister Jan Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer (VROM) tot stand kwam, kreeg het hoofdstuk dat over water ging dan ook precies deze titel. 

Beeld: Volkskrant

Waterstand in Borgharen 1993 en 1995

Water en bodem sturend

Water, ook wel "processen in de ondergrond’ werden als "sturend" aangewezen "bij het ontwerpen en alloceren van de andere twee lagen: netwerken en occupatie". Het principe "water en bodem sturend" dook, in de nationale ruimtelijke ordening, dus ruim een kwart eeuw geleden al op. Zo zie je maar. Een principe 'druppelt' in 2000 een nota binnen en raakt jaren later onder beleidsmakers pas echt goed verspreid. De impact van de vijfde nota is overigens maar beperkt geweest. Hij werd namelijk nooit vastgesteld in de Eerste en Tweede Kamer. In 2002 viel het kabinet over de kwestie Srebrenica. De vijfde nota belandde daardoor spreekwoordelijk in de la. 

Zo zie je maar. Een principe 'druppelt' in 2000 een nota binnen en raakt jaren later onder beleidsmakers pas echt goed verspreid.

Beeld: MUST (2001)

De kaart ‘Gelaagd Nederland’ uit de Vijfde nota over de ruimtelijke ordening (Ruimte maken, ruimte delen) toont de occupatie, netwerken en ondergrond van Nederland in één beeld.

Beeld: MUST (2001)

Legenda bij de kaart ‘Gelaagd Nederland’ uit de Vijfde nota over de ruimtelijke ordening.

De kracht van de kaart

Het is overigens geen straf om deze 'mislukte' nota weer eens uit de la te nemen. Niet het minst omdat er prachtig kaartmateriaal in staat. Een groep ontwerpers van de toen nog piepjonge bureaus MUST en NEXT-architect en het iets oudere BoschSlabbers werd ingehuurd voor de inhoudelijke redactie en het vormgeven van kaarten. Ze maakten gebruik van nieuwe digitale technieken in combinatie met remote sensing. Nederland werd gepresenteerd als een gelaagde ruimte van ondergrond, netwerken en occupatie. Kaartmateriaal was bij uitstek geschikt om te laten zien hoe deze drie lagen samenhangen. Je ziet bijvoorbeeld hoe de Brabantse steden, aaneengeregen door infrastructuur, precies op de overgang tussen hoog- en laaggelegen land zijn komen te liggen. Een logische plek, vanuit de ondergrond beredeneerd. De kaarten leren ons: zet deze oeroude logica ook in bij het ordenen van nieuwe ontwikkelingen. 

Je kunt wel zeggen dat in dit 'informatietijdperk' de kaart werd heruitgevonden. Overal doken nieuw gemaakte kaarten op als krachtige middelen om debat uit te lokken. Zo verzamelde in 1997 Stichting Nieuwe Kaart van Nederland uit allerhande databases alle geplande stedelijke plannen (2000) en groen- en infrastructuurplannen (650) tot het jaar 2005, en zette die op één kaart. Dat beeld zorgde voor opschudding. De kaart toonde dat samenhang tussen projecten ver zoek was. Hoe ervoor te zorgen dat Nederland niet verder zou komen te verrommelen? 

Beeld: Algemeen Dagblad

Nieuwe kaart van Nederland, Algemeen Dagblad, 21-03-1997

Decentraal wat kan, centraal wat moet

Om verdere verrommeling te voorkomen moest, aldus de schrijvers van de vijfde nota, het beleid van de vierde nota worden bijgestuurd. In plaats van beleid te richten op het realiseren van functionele (economische) relaties, moest het zich richten op het aantrekkelijk en duurzaam inrichten van het land. De nieuw aangestelde minister van VROM, Sybilla Dekker van de VVD, nam deze switch in focus echter niet over. Haar beleid was wederom voor een belangrijk deel gestoeld op economische doelstellingen. Het rijk koos ook nadrukkelijk voor een selectieve, directe betrokkenheid bij concrete ruimtelijke inrichtingsopgaven rondom de zogenaamde nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur. Motto van deze nota was daarom ook: "Decentraal wat kan, centraal wat moet". 
 

Motto van deze nota: ‘Decentraal wat kan, centraal wat moet’. Deze keuze bracht een verschuiving teweeg in de wijze van plannen.

Beeld: Rijksplanologische Dienst (2001)

De kaart ‘PKB Nationaal Ruimtelijk Beleid’ uit de Vijfde nota over de ruimtelijke ordening (Ruimte maken, ruimte delen) toont de geografisch bepaalde elementen van de Planologische Kernbeslissing. Deze is nooit vastgesteld door de Eerste en Tweede Kamer.

Beeld: Rijksplanologische Dienst (2001)

Legenda bij de kaart ‘PKB Nationaal Ruimtelijk Beleid’ uit de Vijfde nota over de ruimtelijke ordening.

Van plan naar project

Deze keuze bracht een verschuiving teweeg in de wijze van plannen: van toelatingsplanologie naar ontwikkelingsplanologie. Voorheen schetste de rijksoverheid de wettelijke kaders waarbinnen lagere overheden invulling konden geven aan de leefomgeving. Nu nodigde ze, via ontwikkelingsplanologie, medeoverheden, maatschappelijke organisaties, burgers en marktpartijen uit om mee te denken en te doen. Zo kon je tot breed gedragen regionale en lokale visie-vorming en beleidsuitvoering komen. De focus verschoof van plan naar project. 

Vergeleken met haar voorganger was Dekker behoorlijk pragmatisch in haar aanpak. Zo verpakte ze ook alle rijksbeleid rondom ruimte in één nota en noemde die simpelweg de ‘Nota Ruimte’. Terugkijkend kun je wel stellen dat hiermee een periode werd ingeluid waarin het rijk op wel heel schrale wijze definitie ging geven aan ‘centraal wat moet’.

Ruimte voor de Rivier 

Een van de thema’s waarbij instrumenteel en procedureel wel op goed doordachte wijze handen en voeten gegeven werd aan het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ was waterveiligheid. De beleidslijn ‘Ruimte voor de Rivier’ - al in 1997 opgezet - werd in de Nota Ruimte bekrachtigd met een Planologische kernbeslissing. In 2006 werd een programmabureau opgetuigd en kon men aan de slag. Het programma moest twee doelen dienen: waarborging van voldoende veiligheid én verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Belangrijke bouwsteen in de planvorming was het regio-advies. Voor elke locatie werkten provincies in overleg met regionale belangenverenigingen, bewoners, ondernemers en overige betrokken partijen een breed gedragen voorkeursalternatief uit. Lokaal wist men immers precies wat er speelde. De Programmadirectie Ruimte voor de Rivier keek vervolgens of een voorstel aan gemaakte afspraken voldeed en stuurde het vervolgens door naar de staatssecretaris. Na akkoord ging men lokaal aan de slag. 

Beeld: Nota Ruimte (2004)

Legenda bij kaart nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur

Beeld: Nota Ruimte (2004)

De nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur uit de Nota Ruimte laat complexe en/of kostbare opgaven zien die rijksbemoeienis noodzakelijk maken.

Eén keer per mensenleven

Op maar liefst 34 plekken langs de IJssel, Waal, Nederrijn en Lek rivierbedverruimingen, dijkverhogingen en -verstevigingen, dijkterugleggingen of de aanleg van een nevengeul gerealiseerd. In Veessen en Wapenveld in Gelderland werd bijvoorbeeld een nieuwe hoogwatergeul en twee dijken van acht kilometer gepland. Nieuwe bruggen moesten zorgen voor de verbindingen naar de dorpen op de oeverwal. Eén ervan is voorzien van kleppen als inlaatwerk. Deze wordt alleen bij extreem hoge waterstanden van de IJssel geopend. Het waterpeil daalt dan sterk, met 71 centimeter bij Veessen, en dat effect is 35 kilometer verderop merkbaar. 

Deze opgave vroeg om forse ingrepen en een herverkaveling.  Het landschap werd zichtbaar en voelbaar veranderd. Sommige bewoners werden gedwongen te stoppen met boeren en/of te verhuizen. Naar schatting in de hoogwatergeul slechts één keer per mensenleven nodig. Wogen de verwachte opbrengsten in de toekomst voldoende op tegen de pijn van nu? Die vraag zorgde voor pittige discussies in de regio.

Beeld: Nota Ruimte (2004)

Legenda bij kaart Water uit de Nota Ruimte (2004).

Beeld: Nota Ruimte (2004)

Planologische Kernbeslissing, kaart Water uit de Nota Ruimte (2004).

Ontwerpopgave

Ruimte voor de Rivier was ook echt een ontwerpopgave. De landschapsarchitecten van bureau veenenbos en bosch ontwierpen in een integraal team, met onder meer specialisten op het gebied van watermanagement, een ruimtelijk kader, ontwikkelrichtingen en een ambitiedocument voor de hoogwatergeul in Veessen en Wapenveld. Baljon landschapsarchitecten ontwierp vervolgens een landschap waarin ingrepen zo werden gepositioneerd dat ze bestaande landschappelijke kwaliteiten zouden versterken. Zo kwamen de dijken op plekken te liggen waar ze bestaande overgangen in landschappen markeren: op de overgang van de Veluweflank naar het komgebied en van het komgebied naar de oeverwal. ZUS [Zones Urbaines Sensibles] ontwierp de kunstwerken. Deze benadrukken in vormgeving en positionering ook de overgang van de Veluwe naar de IJssel. Ontwerpers zochten ook naar manieren voor meervoudig gebruik van de ruimte. Op de tekentafel werd rond Veessen en Wapenveld een tachtig hectare grote landschapszone ingevuld met ecologische en recreatieve waarden. Deze is inmiddels gerealiseerd.

Beeld: Baljon Landschapsarchitecten (2016)

Ontwerp Hoogwatergeul Veessen Wapenveld, Programma Ruimte voor de rivier.

Nooit meer een natte kont

Maar liefst 4 miljoen mensen hebben baat bij de veiligheid en kwaliteit waar programma Ruimte voor de Rivier voor gezorgd heeft, zo rekende de overheid uit. Maar is de cirkel niet nog groter? Hebben niet alle Nederlanders baat bij een ecologisch en recreatief rijk landschap en een veilig land? 

Ook de bewoners van Borgharen hebben een veiligere en mooiere leefomgeving gekregen. Hun project maakte deel uit van programma Maaswerken. Dat ging iets eerder van start dan Ruimte voor de Rivier, maar vanuit eenzelfde visie van meebewegen met het water. In deze regio is het stroombed van de Maas met zo’n 300 hectare verbreed, zijn de oevers verlaagd en dijken op een traject van twaalf kilometer versterkt en verhoogd. Tijdens het extreem hoogwater in de zomer van 2021 vond de vuurdoop van het project plaats. De dorpelingen konden opgelucht ademhalen; niemand kreeg een natte kont. Op het nippertje trouwens. Die constatering leidde weer tot extra, reeds uitgevoerde, maatregelen. Het stroombed is de leefomgeving geworden van konikpaarden, gallowayrunderen, roofvogels en bevers. Wie de Maasweken wil beleven doet dat het beste vanaf het water. In de regio zijn legio kano’s te huur.

Schematische kaart van hoogwatergeul langs een rivier

Een van de begeleidende maatregelen van Hoogwatergeul Veessen Wapenveld is een 80 hectare grote landschapszone met bijzondere ecologische en recreatieve waarden.

Beeld: Baljon Landschapsarchitecten (2016)

Kaart van Nederland

Kaart met de projecten uit programma Ruimte voor de rivier en Maaswerken.

Beeld: Volkskrant

Luchtfoto van een rivier

Borgharen, Grensmaas project, het natuur- en waterbeheerproject heeft als doel hoogwaterbeveiliging en rivierherstel, deze doelen worden bereikt door een combinatie van ontgrinding en natuurontwikkeling.

Beeld: Aerophoto-Schiphol

Zwart-wit foto van straat onder water

Borgharen staat bekend om zijn historie met hoogwater. Zo stonden de dorpen Borgharen en Itteren ook in 5 maart 1956 onder water.

Beeld: Harry Pot