In Dronten worden stedenbouwkundige ontwerpen al beoordeeld voordat de eerste schop de grond in gaat. Door ontwerpen vroegtijdig te koppelen aan een digitale tweeling zien ontwerpers, beleidsmakers en bestuurders al in een vroeg stadium welke gevolgen hun keuzes hebben. "Nog vóór er een schop de grond in gaat, zie je al waar de aandachtspunten zitten," zegt Freek Boersma, projectleider Digital Twin as a Service (DTaaS) bij de provincie Flevoland.
De aanpak helpt om ruimtelijke opgaven niet afzonderlijk, maar in samenhang te bekijken. En juist dat wordt steeds belangrijker nu woningbouw, klimaatadaptatie, mobiliteit, energie en leefbaarheid steeds vaker om dezelfde ruimte vragen.
Sneller en beter besluiten
Een stedenbouwkundig ontwerp begint meestal als een creatief proces. Ontwerpers maken schetsen van woningen, infrastructuur, groen en voorzieningen. Daarna volgen analyses rondom bijvoorbeeld wateroverlast, hittestress of bereikbaarheid.
In Dronten, één van de locaties waar DTaaS actief wordt getest, gebeurt dat anders. Ontwerpen worden na het creatieve proces direct vertaald naar een digitale tweeling waarin plannen kunnen worden doorgerekend en geanalyseerd. Daardoor ontstaat al vroeg inzicht in de gevolgen van ontwerpkeuzes.
Minder groen? Meer hittestress. Extra woningen? Meer druk op waterberging en bereikbaarheid. Door zulke effecten eerder zichtbaar te maken, kunnen betrokken partijen sneller met elkaar in gesprek over de consequenties van keuzes. Dat versnelt niet alleen het proces, maar leidt ook tot beter onderbouwde besluiten.
Dronten, Flevoland.
Hoe werkt dat in Dronten?
De kracht van de aanpak zit in de combinatie van ontwerpen, data en analyses. Het resultaat is dat ontwerpers vrijwel direct zien welke gevolgen hun keuzes hebben. Dat kan doordat ontwerpen in een virtuele kopie van de fysieke leefomgeving gekoppeld kunnen worden aan rekenmodellen en analysetools. Dit noemen we een ‘Digitale Tweeling’.
Alle betrokken partijen leveren gegevens op dezelfde manier aan en maken gebruik van dezelfde standaarden. Daardoor herkennen systemen ontwerpdata direct en kunnen analyses automatisch worden uitgevoerd.
De technische basis hiervoor wordt gevormd door Digital Twin as a Service (DTaaS). Binnen deze aanpak worden componenten zoals rekenmodellen en visualisaties centraal beschikbaar gesteld, zodat organisaties deze kunnen gebruiken zonder zelf de techniek te hoeven beheren.
Complexe keuzes inzichtelijk maken
Gebiedsontwikkeling draait allang niet meer alleen om woningen of infrastructuur. Ook klimaatadaptatie, biodiversiteit, mobiliteit, gezondheid en leefbaarheid vragen om ruimte. En vaak om dezelfde ruimte.
Volgens Freek Boersma helpen digitale hulpmiddelen om die complexiteit beter beheersbaar te maken. "Digitale hulpmiddelen maken het volgen van de beleidscyclus goed uitvoerbaar. Tot dusver waren kennis en hulpmiddelen voor de gemiddelde beleidsambtenaar niet goed bereikbaar."
Door beleidsregels en ruimtelijke uitgangspunten te vertalen naar digitale modellen ontstaat een omgeving waarin keuzes beter uitlegbaar worden. "Voeg je bijvoorbeeld extra groen toe, dan wordt direct zichtbaar wat dat betekent voor woningdichtheid, waterberging en infrastructuur." Dat helpt ontwerpers en beleidsmakers, maar ondersteunt ook bestuurders bij het maken van afgewogen keuzes binnen de beperkte ruimte die beschikbaar is.
Samenwerken vanuit één informatiepositie
De grootste verandering zit misschien niet in de techniek, maar in de manier van samenwerken. Stedenbouwkundigen, beleidsmedewerkers, GIS-specialisten, leveranciers en ontwikkelaars werken vanuit dezelfde informatiepositie. Door gebruik te maken van dezelfde gegevens, definities en uitgangspunten ontstaat een gezamenlijk beeld van een gebied en van de effecten van keuzes.
Volgens projectleider John Joosten ligt daarin de echte meerwaarde. "Je moet met alle stakeholders goede afspraken maken. Dan ontstaat vertrouwen in de uitkomsten. Die samenwerking maakt het mogelijk om ontwerpen sneller analyseerbaar te maken, effecten inzichtelijk te krijgen en besluitvorming beter te ondersteunen.”
De mens blijft aan het roer
De ervaringen in Dronten laten zien hoe digitalisering kan helpen om ruimtelijke opgaven beter beheersbaar te maken. Door ontwerpen, data en analyses vroegtijdig met elkaar te verbinden ontstaat meer inzicht, betere samenwerking en een stevigere basis voor besluitvorming. Een digitale tweeling draait daarom niet alleen om technologie. "Uiteindelijk blijft de mens aan het roer staan," zegt John Joosten. "Technologie is een middel om complexiteit inzichtelijk te maken en het goede gesprek tussen experts, beleidsmakers en ontwerpers te ondersteunen."
Volgens Joosten ontstaan de belangrijkste inzichten niet uit de techniek zelf, maar juist ook uit de gesprekken die mensen daarover voeren. Daarin schuilt de kracht van de aanpak in Dronten: belangrijke keuzes worden niet pas zichtbaar tijdens de uitvoering, maar al voordat de eerste schop de grond in gaat.
Netwerk van Lokale Digitale Tweelingen
De Directie Ruimtelijke Informatie van het ministerie van BZK werkt binnen de visie Zicht op Nederland samen met publieke en private partijen aan het Netwerk van Lokale Digitale Tweelingen (NLDT). Doel is om oplossingen die in één stad of regio worden ontwikkeld ook beschikbaar te maken voor andere organisaties met vergelijkbare opgaven. Binnen het netwerk wordt gewerkt aan herbruikbare componenten, zoals rekenmodellen, visualisaties en analysetools. Dat doen we onder andere in ‘testbeds’ als in de gemeente Dronten.
Via een gezamenlijke appstore moeten deze oplossingen uiteindelijk breed beschikbaar komen, zodat niet iedere gemeente of regio opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Daarmee worden deze oplossingen straks ook inzetbaar voor andere partijen. Deze manier van werken heeft inmiddels ook twee CIO innovatieprijzen verdiend.