Dat het in de ruimtelijke ordening draait het om het vinden van balans en het maken van ruimte voor wonen, werken, landbouw, natuur en infrastructuur, weet Adrian Los maar al te goed. Sinds begin 2024 staat Adrian, als directeur Ruimtelijke Ontwikkeling bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), midden in die ruimtelijke puzzel. Per 1 november start hij als Directeur Mobiliteit bij de provincie Utrecht. Met andere directeuren Ruimte en Landelijk gebied en de provinciesecretaris vormt hij daar de centrale directie. Adrian reflecteert op relevante ontwikkelingen en mijlpalen van de afgelopen jaren.

Beeld: © Rijksoverheid

Adrian Los.

“Toen ik begon stonden Rijk en provincies aan het begin van een nieuwe slag in het omgevingsbeleid. De ruimtelijke voorstellen waren een hele duidelijke aanzet van de provincies voor het omgevingsbeleid voor hun provincie. Tijdens een rondje langs de provincies viel het mij op dat er bij hen hele andere vraagstukken ‘on top of mind’ waren, dan ik had verwacht. Ik dacht dat ze het vooral zouden hebben over bereikbaarheid en investeringen in infrastructuur. Maar de belangrijkste zaken die de provincies benoemden waren zoetwaterbeschikbaarheid en de zorg over energie voor economische ontwikkeling. Ik zag al snel waarom. Het zorgen voor zoetwaterbeschikbaarheid op de lange termijn heeft flinke ruimtelijke consequenties. Hoe belangrijk dat onderwerp is, zie je ook terug ook in andere Rijksprogramma’ s. En ook de Nota Ruimte doet er uitspraken over.”

Onderdeel van het grotere geheel

En in dat kruisverband zit volgens Adrian dan ook de crux: “Ruimte is altijd een aspect van een bepaalde functie. Wij zijn vanuit het ministerie van BZK/VRO van de ruimtelijke regie. We zijn dus enerzijds alleen van het aspect ruimte en gaan dus niet over het hele onderwerp. Voor ruimtelijke ontwikkeling is economie een zeer bepalende factor. Maar we gaan niet over de economische ontwikkeling van dit land. Ruimte is belangrijk voor economie en veel andere onderwerpen die ook nog eens samenhang en overlap vertonen. Daarom hebben wij elkaar als departementen ook zo nodig. Ik vind het een voorrecht om als Rijk vorm te hebben gegeven aan de complexe kruisverbanden van al die sectorale opgaven die we met geld, mensen en met concrete aanpassingen allemaal een plek hebben gegeven.”

Verbinden en krachten bundelen

Als voorbeeld noemt Adrian een aantal gebiedsgerichte samenwerkingen. “Ik heb met meerdere departementen met heel veel plezier aan NOVEX-gebieden gewerkt. En of dat nou de Peel was, waar naast de stikstofopgave een heel groot vraagstuk speelde over de toekomstbestendigheid van de landbouw, rond leefbaarheid en economisch perspectief. Daarin trokken we samen op met het ministerie van LVVN. En dat wij daarin met de regio hele grote stappen zetten. Dat vind ik echt heel inspirerend. En datzelfde geldt voor alle andere NOVEX-gebieden. Neem bijvoorbeeld verstedelijking in relatie tot klimaatadaptatie en al die ruimte voor zoetwater rondom Zwolle. Of stedelijk Brabant waar aan een grote verstedelijkingsopgave gewerkt wordt. En hoe we geprobeerd hebben om die in evenwicht verder te brengen. We keken dan niet alleen naar wonen maar ook naar recreatie en natuur, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Wij hebben echt een platform geboden voor al die verschillende departementen en overheden in die gebieden, om samen tot een plan te komen waar al die opgaves goed in verankerd zijn. En samen een visie en een koers bepaald waar dat gebied naar toe moet. Zonder gebiedsgerichte samenwerking was dat op heel veel plekken anders niet zo goed gelukt.”

Inventariseren, agenderen en informeren

“Terugkijkend vind ik de bestuurlijke overleggen leefomgeving ook altijd een hoogtepunt. En waarom? Je ziet daar in een aantal dagen tijd dat bestuurders en bewindspersonen voor het hele land doornemen waar we staan. Wat de plannen zijn. Waar we consensus over hebben. Maar ook wat ons nog te doen staat. Dat biedt een heel mooi overzicht van wat we met elkaar allemaal aan het doen zijn. Ook de afgelopen overleggen hebben we weer allerlei afspraken gemaakt over woningbouw, over investeringsagenda’s bij NOVEX-gebieden. Dat geeft onze minister van VRO ook de kans om dat totaalbeeld aan de Kamer aan te bieden.

Samen kom je verder

“Neem voorbeeld de afspraak die daar is gemaakt voor elk van de NOVEX haven- en industrieclusters. We hebben met ontwerpend onderzoek gekeken wat het perspectief is voor de haven-industrieclusters. Maar ook welk profiel ze in de toekomst zouden kunnen krijgen. Daarmee ontstaat een profiel voor zo’n haven- en industriecluster. We hebben ook gekeken naar de onderlinge afhankelijkheden tussen die industrieclusters. En daarmee krijg je veel meer samenhang. Dus je hebt een richting voor die industrieclusters individueel. En je hebt veel meer samenhang. Dus het is begonnen met ontwerpend onderzoek. Maar het eindigt met NOVEX-gebieden die nog verder toegespitst zijn op die opgaven van het behoud van onze industrie, van de energietransitie, en de opgave van circulaire economie. En dat allemaal met een beperkte ruimte. En die samenwerking met de havenindustrieclusters, provincies, gemeenten maar ook tussen de departementen is heel intensief geworden. En ik vind dat een ontzettend mooi voorbeeld van samen verder komen. Ik denk namelijk dat dat een bijdrage kan leveren aan een gebalanceerde ontwikkeling van onze industrie in Nederland. Daar ben ik heel trots op!”

Vanuit partnerschap oplossingen bedenken 

“Als Rijk en provincies elkaar versterken heeft iedereen in Nederland daar profijt van. Kijk bijvoorbeeld naar de nieuwe werkwijze voor NOVEX-provincies. Ik hoop dat we daarmee een werkruimte creëren, waarin we als partners kunnen inzoomen op ons wederzijdse omgevingsbeleid. En dat we daar kunnen uitvogelen wat ons nog te doen staat, welke voorstellen we daarvoor kunnen doen en waar onze bestuurders en onze bewindslieden nog besluiten over moeten nemen. De wens van Adrian voor de toekomst is tweeledig: “We leven in een tijd van enorme schaarste. Ik hoop ten eerste dat we als land weer kunnen gaan investeren in onze leefomgeving. En dat die investering gaat lonen. Want dat is de investering waar je als burger van geniet. Waardoor je kan wonen, werken en verdienvermogen kunt genereren. Die is echt belangrijk. En daarnaast hoop ik dat we zoveel mogelijk vanuit partnerschap oplossingen gaan bedenken.

In de afgelopen tweeëneenhalf jaar heb ik in heel veel regionale keukens mogen meekijken en bijdragen. En heb ik de samenwerking met de provincies mogen helpen intensiveren. Regina Oosting gaat mijn functie waarnemen. En ik wens haar heel veel succes om met de collega’s bij VRO en de vele partners in de regio onze samenwerking nog beter te maken.”