Agro-innovatiecentrum De Marke, onderdeel van de Wageningen University & Research, is al 30 jaar een proefboerderij waar landbouwkundig onderzoek wordt gedaan. In samenwerking met boeren en andere partners wordt hier gewerkt aan kringloop-, natuurinclusieve-, klimaatrobuuste en precisielandbouw.

Beeld: © Agro-innovatiecentrum De Marke

In de OpPadCast vertelt Fleur Brinke, manager Agro-Innovatiecentrum De Marke, over de waarde van verbinding tussen wetenschappelijk onderzoek en praktijk. “Boeren weten ook veel en zijn hartstikke innovatief. Door hen te verbinden met de wetenschap, sta je alleen maar sterker.”

Agro-innovatiecentrum

Vanaf 1993 ontwikkelde De Marke zich als melkveeproefbedrijf, via systeemonderzoeksbedrijf naar Agro-innovatiecentrum De Marke in 2019. Daarmee kreeg De Marke een bredere rol als kennisplek voor ondernemers, overheden, onderwijs, onderzoek en omgeving. Het doel is om uit te groeien tot een boerderij van de toekomst en (inter)nationaal toonaangevend te zijn in kringlooplandbouw op zandgrond. De Marke houdt zich bezig met duurzame landbouw met minder gewasbescherming, betere benutting van nutriënten en samenwerking met de natuur.

Kringlooplandbouw

Al meer dan 30 jaar monitort De Marke de kringloop van koe, mest, bodem en gewas. Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de mineralenkringloop op een melkveebedrijf zo ver mogelijk te sluiten. Dagelijks worden onder meer de voeropnames per diergroep gemeten, om bijvoorbeeld het effect van eiwit verlaging op de uitstoot van ammoniak, methaan en Co2 in kaart te brengen. “We bekijken alles integraal,” zegt Brinke. “Draai je aan één knop, zoals het verlagen van eiwitten in het voer voor koeien, dan wil je weten wat dat betekent voor heel het systeem. We zoeken naar praktische oplossingen voor de uitdagingen van het veranderende klimaat, en hoe je daar goede bedrijfsvoering op kan toepassen.”

Beeld: © Agro-innovatiecentrum De Marke

In harmonie met natuur

De Marke zoekt naar de verbinding tussen landbouw en natuur, zodat deze in harmonie zijn met elkaar. Een concreet voorbeeld van natuurinclusieve landbouw bij De Marke is dat er begin 2024 een nieuwe houtwal is aangelegd. Deze houtwal biedt meerdere functies, zoals het type houtopstand dat stikstof, ammoniak en fijnstof rond een stal opvangt. Of een voederhaag tussen beweide percelen die rijk zijn aan mineralen en gezonde inhoudsstoffen, waar het vee van kan eten. Daarnaast is het mogelijk om kruidenrijk grasland in te zetten om de aanvoer van stikstof in de vorm van kunststof te verkleinen, en de biodiversiteit te verhogen.

Beeld: © Agro-innovatiecentrum De Marke

Klimaatadaptie

Bij klimaatadaptie en -mitigatie is niet alleen het verlagen van de emissie van broeikasgassen belangrijk, maar ook wat de impact is van klimaatverandering. Zo wordt er geëxperimenteerd met gewassen die beter geschikt zijn voor een warmer klimaat, of gewassen die helpen bij koolstofvastlegging in de bodem. Er wordt klimaatonderzoek gedaan op het veld om te kijken naar de effecten van klimaatverandering in het bodem- en watersysteem van de Nederlandse zandgronden en de impact daarvan op landbouw en natuur.

Op het veld van De Marke staan kruidenrijke grassen, luzerne en quinoa. Ook wordt er gekeken naar nieuwe teelten, zoals vezelhennep, miscanthus, vlas en zonnekroon voor het produceren van biobased materialen.

Beeld: © Agro-innovatiecentrum De Marke

Vrijloopstal

Sommige innovaties staan nog in de kinderschoenen. Zo is onlangs het ontwerp van een vrijloopstal voorgelegd aan de boerenstuurgroep van De Marke. Het idee is een stal zonder ligboxen, met een ruime bedding waarin koeien vrij kunnen liggen. De stuurgroep reageerde positief, wat betekent dat op termijn de vrijloopstal de huidige stal zou kunnen vervangen.

Toch zijn er nog vragen over de vrijloopstal. Brinke: “Wat zijn de voor- en nadelen? Het kan het dierenwelzijn verbeteren, maar wat betekent het voor de uitstoot van ammoniak en methaan? En wat voor mest krijg je dan? Wat zijn de exploitatiekosten?”

Juist daarom is volgens Brinke integraal onderzoek zo belangrijk. “Als je iets nieuws gaat proberen, is het belangrijk om het te monitoren. Het is een zoektocht naar hoe het anders kan, niet dat het perse anders moet.”