Op 7 december 2023 vond tijdens het MooiNL-partnerevent de allereerste Vitruvius Lezing plaats. We hadden de eer en het genoegen dat ontwerper Petra Blaisse deze voor haar rekening nam. Vertrekpunt waren – logischerwijs - Vitruvius en zijn 3 principes: firmitas, utilitas, venustas, oftewel kracht, nut en schoonheid, drie sleutelwoorden die ook op vakken als stedenbouw, interieur- en landschapsarchitectuur betrekking hebben.

Blaisse’s bureau Inside Outside hanteert een ontwerphouding die balanceert tussen microscopische aandacht, bijvoorbeeld voor alles wat leeft in de bodem, en het Grote Gebaar, neem het grafische lijnenspel dat het ontwerp van het stadspark Biblioteca degli Alberi in Milaan karakteriseert. Dit biodiverse park herbergt een ‘bibliotheek van bomen’ en een dertiental tuin typologieën temidden van verkeer en hoogbouw. Zo gaan het toevoegen van schoonheid en het werken aan de grote transitieopgaven op wijkniveau hand in hand, aldus Blaisse.

Waaier aan Ruimtelijke kwaliteit-voorbeelden

In haar betoog kwam een waaier aan Ruimtelijke kwaliteit-voorbeelden langs: Nederland in de 17de eeuw, zo prachtig weergegeven op schilderijen (Ruisdael). De wiskundig gecomponeerde landgoederen en tuinontwerpen van Descartes. Tuinbouw (voedselproductie) wordt gecombineerd met cultuur (schoonheid en ontspanning), in tegenstelling tot de tot nu toe heersende mentaliteit waarbij functies gescheiden zijn: sier versus teelt. De opkomst van de ‘snelweg’, rechte verkeerslijnen die steden met elkaar verbinden en dwars door landgoederen en ‘wilde natuur’ heen snijden, en een spannende tegenstelling tussen cultuur en natuur opleveren. Anno nu is er volgens Blaisse helaas sprake van een andere tegenstelling: 54% intensieve landbouw versus 1% wilde natuur en vergaande versnippering van levenloze bedrijventerreinen over het hele land, vaak langs snelwegen opgetrokken, waardoor het weidse landschap aan het gezicht wordt onttrokken. Dergelijke ‘versteende’situaties zijn vaak ook het uitgangspunt in de opdrachten waar haar bureau voor wordt gevraagd: stedelijk vervuilde, bebouwde of voormalige industriële gebieden met dode, ondoorlaatbare grond.

Beeld: © Inside Outside

MIlan Biblioteca degli Alberi

Van ontwerper naar ‘provider’

Blaisse stelt dat we dit ten goede kunnen keren door de natuur de stad in te trekken en meer parken met ‘volle grond’ en rijke beplanting te introduceren. In opkomst zijn opdrachten die vragen om ‘natuurinclusieve gebouwen’. De stad wordt gezien als berglandschap; hoogbouw als bewoonbare berg, opgetrokken vanuit de bodem – vanuit levende, volle grond. Het gebouw en haar omgeving als stapeling van verschillende biotopen en klimaten, als gastheer voor verschillende vormen van natuur: flora en fauna – inclusief de mens. De rol van de landschapsarchitect verandert hiermee van ontwerper naar die van ‘provider’: iemand die de juiste condities schept. In het verlengde hiervan pleit Blaisse ook voor het samenbrengen van de juiste disciplines bij opgaves: naast ontwerpers en bouwers ook wetenschappers, biologen en ecologen. Wellicht ook medisch specialisten. Rest de vraag: is het Grote Gebaar nog mogelijk bij de broodnodige ‘ombouw’ van ons land?