Op de Dag van de Volkshuisvesting op 8 december 2025 las Francesco Veenstra, de huidige Rijksbouwmeester en voorzitter van het College van Rijksadviseurs, een column voor. In deze column reflecteert hij op de verhouding tussen het woningtekort, huizen bouwen en ruimtelijke ordening.

De portici in de Italiaanse stad Bologna.

We leven in een tijd waarin we veel vanzelfsprekend vinden. Schoon water uit de kraan. Licht dat aangaat als we thuiskomen. Een dak boven ons hoofd. Maar juist dat wat vanzelf spreekt, verdwijnt vaak als eerste uit ons blikveld en bewustzijn. Daardoor raken we losgezongen van de relaties die dat alles mogelijk maken: de rivieren die het water brengen, de mensen die in de energiecentrale werken, de vaklui die onze huizen bouwen.

In eenzelfde verlies van verbondenheid verandert volkshuisvesting in een technisch en rationeel vraagstuk. Een spreadsheet. Een rekensom. Aantallen, tempo, categorieën. Onmisbaar, maar ze vertellen maar een deel van het verhaal.

Anders bouwen

Wonen is een relationele opgave: hoe we ons verhouden tot elkaar, tot de natuur, tot de tijd – en tot de generaties die na ons komen. Het gaat over wederkerigheid, rechtvaardige verdeling en verantwoordelijk omgaan met wat we hebben.

Toch blijven we ons blindstaren op het wát: nog een straatje erbij, 1/3 sociaal, 2/3 betaalbaar, traditioneel bouwen of industrieel bouwen. Het is allemaal belangrijk, maar het is ook een vorm van symptoombestrijding; paracetamol tegen een terugkerende migraine, zonder na te denken over de oorzaak. Daarom pleit ik voor anders kijken, anders handelen en daardoor: anders bouwen.

Want als we volkshuisvesting zien als een cultuur die we zelf actief vormgeven, kunnen we anders, meer waardengedreven, handelen. En dan kunnen we ook anders bouwen. Niet vanuit een crisisstand, maar vanuit zorg voor gemeenschappen en voor de generaties na ons.

Gemeenschappelijk goed

Anders kijken betekent dat we ruimte niet alleen zien als bezit of als som van claims, maar als gemeenschappelijk goed. Als iets wat ons allemaal aangaat.

"De portici in Bologna zijn een mooi voorbeeld van ruimtelijke wederkerigheid"

Een inspirerend en bewezen voorbeeld van gemeenschappelijk goed en ruimtelijke wederkerigheid is te vinden in Bologna. Daar vind je de zogenaamde portici: de kilometerslange overdekte gaanderijen waar de stad, naast de ragù alla Bolognese, bekend om staat.

In de 12e eeuw kampte de stad met wat wij nu woningnood zouden noemen. De universiteit groeide, migranten stroomden toe, binnen de stadsmuren leek geen plek meer. En wat deed de stad? Niet land buiten de stadsmuren zoeken, maar juist anders bouwen. Woningen boven de straat. Daaronder ruimte voor handel, beschutting en ontmoeting. De stad werd niet groter; de stad werd slimmer.

Rijksbouwmeester Francesco Veenstra presenteert zijn column op de Dag van de Volkshuisvesting

Een stapel stenen

Hier vallen drie dingen uit te leren: Eén: dat woningtekort van alle tijden is. Woningtekort is geen natuurverschijnsel, maar het resultaat van sociaaleconomische factoren, menselijke keuzes en veranderende belangen. De laatste twintig procent van de opgave – daar waar belangen botsen – vraagt niet om nóg een technische optimalisatie of om instrumentele interventies, maar om ontwerpend vermogen en dialoog.

Twee: schaarste is vaak geen gebrek aan ruimte, maar een gebrek aan ideeën. Volgens het CBS staat in Nederland bijna achttien miljoen vierkante meter structureel leeg – genoeg ruimte voor zeker tweehonderdduizend woningen! Schaarste is dus vaker een kwestie van verdelen dan enkel van bouwen. Er is meer mogelijk dan we denken, als we een andere bril opzetten.

Drie: bouwen is in de kern relationeel. Wie in Bologna boven de straat mocht bouwen, kreeg niet alleen ruimte maar ook een verantwoordelijkheid: de zorg voor de ruimte eronder. Wederkerigheid en gedeelde zorg, tot op de dag van vandaag. En dat is misschien wel de belangrijkste les: een gebouw is nooit alleen een stapel stenen, maar ook een samenspel van mensen.

Betere sociale structuren

Beeld: Erik Loots

Buurtbarbecue.

Wat je in Bologna kunt zien is een prachtig voorbeeld van collectieve wederkerigheid: wat je geeft aan het geheel, keert als waarde bij je terug, in de vorm van leefbaarheid, veiligheid en cohesie. Het laat zien hoe fysieke keuzes sociale structuren kunnen versterken.

Nederland kent een andere cultuur van bouwen en samenleven dan Italië. Dat maakt het simpelweg kopiëren van het stedenbouwkundige model van de portici niet tot een oplossing voor onze steden en dorpen. Laat het een inspiratie zijn voor lokale en regionale vraagstukken waarbij we meer moeten kijken naar ruimtelijke oplossingen voor sociale opgaven.

Als we anders gaan handelen – met meer nabijheid, meer betrokkenheid, meer rentmeesterschap – dan kunnen we ook écht anders bouwen. Niet vanuit crisis, maar vanuit zorg voor de gemeenschap. Een manier van bouwen die niet draait om bezit van sommigen, maar om behoud en gebruik voor velen. Niet om korte-termijn rendement, maar om langdurige betekenis en meervoudige waarde.

Zijn we in staat om in 2026 de verantwoordelijkheid niet langer door te schuiven, maar samen te organiseren?