De Omgevingswet is nu ruim twee jaar van kracht. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) houdt zicht op de werking en het gebruik van de wet met de Monitor Werking Omgevingswet. De tweede rapportage vanuit die monitor over het jaar 2025 is nu gepubliceerd. De Omgevingswet bundelt de regels over de fysieke leefomgeving. Alle gemeenten, waterschappen, provincies en de rijksoverheid werken met de Omgevingswet. Ook burgers en bedrijven hebben met de wet te maken, bijvoorbeeld bij het aanvragen van omgevingsvergunningen.

Beeld: Rob Poelenjee
De rapportage bevat cijfers (kwantitatieve data) en ervaringen (kwalitatieve data) van overheden en andere organisaties die met de Omgevingswet werken. Zo beschrijft de rapportage bijvoorbeeld hoeveel nieuwe omgevingsvisies er in 2025 vastgesteld werden, hoeveel omgevingsvergunningen er werden aangevraagd en hoe overheden in de praktijk werk maken van de verbeterdoelen van de wet. De informatie komt uit de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV), documentenonderzoek, interviews en groepsgesprekken met gebruikers van de wet.
Toepassing in de praktijk
De Omgevingswet is er om de regels voor de fysieke leefomgeving duidelijk en gemakkelijk in het gebruik te maken. De wet kijkt in samenhang naar de verschillende onderdelen van de fysieke leefomgeving zoals bouwen, milieu en natuur. Daarvoor bevat de wet zes kerninstrumenten: de omgevingsvisie, het programma, decentrale regels, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. De monitor kijkt hoe deze instrumenten worden toegepast in de praktijk.
Bevindingen 2025
De rapportage laat zien dat de gebruikers van de Omgevingswet in 2025 intensiever dan voorheen met de wet en haar instrumenten werkten - en dat zij in de praktijk de verbeterdoelen nastreefden en volop bezig waren met de opgave om anders te werken volgens de uitvoeringsprincipes van de Omgevingswet. Alle kerninstrumenten werden in 2025 vaker gebruikt dan in 2024, zo wijzigden gemeenten in 2025 bijvoorbeeld meer dan twee keer zo vaak hun omgevingsplan als in 2024 (zie grafiek).
Grafiek: aantal vastgestelde wijzigingen van omgevingsplannen via IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening), STOP (Standaard Officiële Publicaties) en totaal in 2024 en 2025.
Het omgevingsplan wijzigen is voor gemeenten een manier om activiteiten toe te staan die niet in het huidige omgevingsplan passen. Dit kunnen zij ook doen met een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De regels in het omgevingsplan gelden in één keer voor alle activiteiten op een locatie, een BOPA-vergunning geldt alleen voor een specifiek initiatief waarvoor een aanvraag is gedaan. Uit de rapportage blijkt dat gemeenten betrokken bij de monitor het omgevingsplan nog als complex ervaren, de BOPA-vergunning vinden zij eenvoudiger. Gemeenten hebben nog tot 2032 de tijd om hun omgevingsplan af te maken.
De rapportage laat zien dat overheden en andere gebruikers van de wet net als in 2024 de verbeterdoelen in 2025 kennen en nastreven. Daarbij worden stappen gezet, maar er worden ook uitdagingen ervaren. De Omgevingswet maakt het bijvoorbeeld voor initiatiefnemers mogelijk om de vergunningen die zij voor hun project nodig hebben afzonderlijk aan te vragen. Als een initiatiefnemer hiervoor kiest, krijgt het bevoegd gezag de informatie over het project verspreid over meerdere aanvragen binnen. De bevoegde gezagen die betrokken waren bij de monitor ervaren deze versnippering als een uitdaging bij de vergunningverlening.
Van monitor naar evaluatie
De monitor beschrijft hoe de Omgevingswet in de praktijk gebruikt wordt. Uit deze tweede rapportage blijkt dat de overheden en andere gebruikers die met de wet werken in 2025 stappen hebben gezet. Er blijft ruimte om de kansen die de wet biedt nog beter te benutten.
De onafhankelijke Evaluatiecommissie Omgevingswet evalueert of de wet doet wat ze moet doen. De gegevens uit de Monitor Werking Omgevingswet zijn daarbij belangrijke input. De evaluatiecommissie biedt tussen 2024 en 2027 jaarlijks een reflectierapport aan de minister van VRO aan, waarin zij ook reflecteert op de rapportages vanuit de Monitor Werking Omgevingswet. In 2029 biedt de evaluatiecommissie de integrale wetsevaluatie aan. Lees hier het eerste en tweede reflectierapport van de evaluatiecommissie. De eerste rapportage vanuit de monitor is ook nog in te zien.