Het kabinet heeft via een Kamerbrief gereageerd op het reflectierapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet. Het rapport laat zien dat overheden steeds beter leren werken met de nieuwe wet, maar dat er ook nog belangrijke stappen te zetten zijn.
De Omgevingswet trad op 1 januari 2024 in werking. De wet bundelt oude wetten en regels voor de fysieke leefomgeving binnen één wettelijk stelsel, met als doel onder andere inzichtelijker omgevingsrecht en een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving.
Gemengd beeld
De onafhankelijke Evaluatiecommissie Omgevingswet brengt jaarlijks een reflectierapport uit over de werking van de wet in de praktijk. In het tweede rapport, uitgebracht in februari 2026, constateert de commissie dat bevoegde gezagen steeds meer ervaring opdoen met de nieuwe instrumenten en vaker samenwerken.
Tegelijkertijd signaleert de commissie ook knelpunten, waaronder oplopende druk op de beoogde samenhangende benadering van de leefomgeving, achterblijvende toepassingen van instrumenten en blijvende behoefte aan ondersteuning en verbetering van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Het kabinet onderkent dat werken met de Omgevingswet een leerproces vergt dat nog meerdere jaren zal duren. Daarom blijft het Rijk gemeenten, provincies en waterschappen ondersteunen bij de uitvoering van de wet.
Meer benutten van lokale maatwerkmogelijkheden
In een van de aanbevelingen moedigt de Evaluatiecommissie decentrale overheden aan de bestuurlijke afwegingsruimte en maatwerkmogelijkheden die de Omgevingswet biedt te verkennen. Volgens de commissie worden de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt om lokaal afwegingen te maken nog beperkt benut.
Het kabinet omarmt deze aanbeveling en ziet kansen in een actievere toepassing van maatwerk. Decentrale overheden kunnen de beschikbare afwegingsruimte gebruiken om lokale initiatieven sneller mogelijk te maken en procedures te vereenvoudigen. Daarbij wijst het kabinet expliciet op de mogelijkheid om regels beter af te stemmen op lokale omstandigheden en om vergunningplichten waar mogelijk te vervangen door algemene regels.
Het kabinet benadrukt wel dat maatwerk niet mag leiden tot vertraging. Wanneer decentrale overheden de mogelijkheden zorgvuldig inzetten, kan dit bijdragen aan het versnellen van maatschappelijke opgaven, waaronder woningbouw. Ook roept het kabinet decentrale overheden op om kritisch te kijken welke regels kunnen worden geschrapt, vereenvoudigd of versoepeld.
Meer ruimte voor lokale behoeften
De kabinetsreactie benadrukt daarmee een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet: decentrale overheden krijgen meer ruimte om keuzes af te stemmen op lokale behoeften. Juist in een periode waarin de druk op woningbouw, energietransitie en andere ruimtelijke opgaven groot is, kan het benutten van maatwerkmogelijkheden bijdragen aan snellere besluitvorming en uitvoering.
De komende jaren blijft de Evaluatiecommissie jaarlijks inzicht geven in de vraag of de verbeterdoelen van de Omgevingswet worden gerealiseerd en hoe overheden de beschikbare instrumenten in de praktijk inzetten. De eindevaluatie van de Omgevingswet volgt in 2029.