Na twintig jaar presenteert het Rijk opnieuw een Nota Ruimte. In de ontwerpversie schetst het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) hoe Nederland er tot 2050 ruimtelijk uit moet zien. Woningbouw, energietransitie, landbouw, natuur en economie vragen allemaal om ruimte. Het Rijk maakt daarin keuzes.
Op Platform31 bespreken Irene Jansen (directeur Ruimtelijk Beleid en plaatsvervangend DG Ruimtelijke Ordening bij VRO) en Marja Appelman (directeur-bestuurder Platform31) de keuzes in de Ontwerp-Nota Ruimte en de vragen die nog openstaan voordat de definitieve nota wordt vastgesteld.
Keuzes in een volle ruimte
De ontwerpnota vertrekt vanuit het motto ‘elke regio telt’. Daarbij hanteert het Rijk drie uitgangspunten. Ten eerste: kijk eerst naar water en bodem voordat je gaat bouwen of ontwikkelen. Wat kan een gebied aan, en wat niet? Ten tweede: gebruik de schaarse ruimte slimmer door functies te combineren, bijvoorbeeld wonen en mobiliteit of energie en infrastructuur. Ten derde: niet elke regio krijgt dezelfde opgave; er wordt gekeken naar wat bij een gebied past.
Tegelijkertijd stelt het Rijk duidelijke grenzen. Er mag minder worden gebouwd in uiterwaarden, energie-intensieve gebieden worden beschermd en nieuwe concentraties van zware industrie zijn niet toegestaan.
Die keuzes raken direct aan de woningbouwopgave en aan de balans tussen economie en leefomgeving. Ook in de verstedelijkingsstrategie verschuiven de accenten. Minder nadruk op concentratie in de Randstad, meer inzet op ontwikkeling in andere delen van het land. Voor provincies en gemeenten betekent dat dat zij opnieuw moeten bepalen waar en onder welke voorwaarden zij bouwen en ontwikkelen.
Beeld: © Alex Schröder
Irene Jansen, VRO.
Regie en regionale ruimte
In het dubbelinterview bespreken Jansen en Appelman de rolverdeling tussen Rijk en regio. Hoeveel regie neemt het Rijk op de ruimtelijke economie? En waar laat het ruimte voor regionale keuzes?
De Ontwerp-Nota Ruimte zet in op regionale economische strategieën die het Rijk samen met provincies en gemeenten ontwikkelt. Tegelijkertijd verschillen regio’s in hun behoefte aan rijkssturing. De grens tussen landelijke kaders en regionale sturing loopt als een rode draad door het gesprek.
Beeld: © Alex Schröder
Marja Appelman, Platform31.
Uitvoering en financiering
De uitvoerbaarheid weegt zwaar. In de ontwerpnota ontbreekt nog een financiële paragraaf en het Rijk voegt de uitvoeringsstrategie later toe aan de definitieve versie. Daarmee verschuift de aandacht naar de vraag hoe partijen de gemaakte keuzes gaan realiseren.
Voor professionals in de ruimtelijke ordening biedt het dubbelinterview inzicht in de koers van het Rijk, de bijbehorende dilemma’s en de ruimte die er nog is om de nota aan te scherpen.