Hoe zien we de toekomst?

Ontwerp meerdere toekomsten

Lot: "Voor ons ontwerpers is de toekomst ons speelveld. We zijn gewend om te creëren wat er nog niet is. En toch blijft het lastig om een lange termijn toekomstbeeld te maken dat in staat is om een brede beweging in gang te zetten."

Constant: New Babylon

Lot: "Tijdens mijn opleiding tot architect rond 2000 ondervond ik hoe toekomstbeelden konden inspireren en mij en vele anderen in beweging zette tot nog meer innovatie, dromen en experimenten. Utopieën van hoe in de toekomst te wonen, werken en spelen, brachten bij mij verandering in mijn denken en handelen. Denk aan Constant Nieuwenhuys’s 'New Babylon' of Archigram’s 'Walking City'."

Archigram: Walking City

Lot: "Alleen was dat wel beweging binnen ons eigen vakgebied en voor zover ik weet is hierdoor geen investeerder of weinig tot geen bestuurder andere beslissingen gaan maken. Dus welk toekomstbeeld heb je nodig voor deze bredere maatschappelijke beweging waarin waarden centraal staan?  

We zijn in Nederland van denken in utopieën naar denken in dystopieën gegaan. Doemscenario’s hoe Nederland er in 2100 en verder uit zou kunnen zien, komen vanuit de klimaatimpacthoek geregeld in het nieuws."

Maximale overstromingsdiepte bij 2 meter zeespiegelstijging. Kennisprogamma Zeespiegelstijging – Consortium Meebewegen

Lot: "Ze tonen bijvoorbeeld hoeveel land onder water kan komen te staan als we doorgaan op dezelfde manier als nu of op welke plekken geen landbouw of bebouwing meer mogelijk is vanwege verzilting of bodemdaling. Deze doemscenario’s voor 2100+ helpen wel om te agenderen. Ik heb ze de laatste tien jaar ook vaak benut. Maar daardoor weet ik dat alleen deze doemscenario’s voor over 100 jaar mensen niet nu andere beslissingen laten nemen. Dus echte beweging blijft uit."

Toekomstvisie voor het Nederland van 2120 door de Wageningen Universiteit

Lot: "Een andere manier is om tegenover de dystopie een hoopvol beeld te zetten, een wenkend perspectief. Niet als nieuwe utopie, niet als blauwdruk, maar als denkrichting. De toekomstvisie NL2120 van de WUR is zo’n hoopvol beeld. Deze integrale kaart laat zien hoe Nederland er over 100 jaar uit kan zien als je op natuur gebaseerde oplossingen centraal stelt in het aanpakken van klimaat- en biodiversiteitsvraagstukken. Dit hoopvolle beeld heeft wel veel mensen in beweging gezet en geleid tot een groeifondsproject van 110 miljoen euro om op natuur gebaseerde strategieën en oplossingen op te schalen in Nederland en buitenland. Ik heb de eer om daar als een van de ontwerpers vanuit ONE en Ecoshape aan mee te mogen werken.  

We merken nu alleen wel dat we, om vanuit de eerste beweging werkelijke verandering te krijgen, toch weer teruggrijpen naar het objectiveren van de waarden die nature based solutions hebben voor de opgaven. En deze waarden proberen we weer te monetariseren om zo mee te gaan in de lens van het economische systeem. Het blijft namelijk lastig om zonder te monetariseren voorbij de ‘believers’ te komen. De ‘non-believers’ hebben altijd het weerwoord dat het ook anders kan. Zeker omdat in Nederland ruimte al overvol is, er zelfs met multifunctionele gebruik van ruimte, keuzes gemaakt moeten worden wat wel en wat niet waar kan. En keuzes maken blijkt, ook weer uit de ontwerp Nota Ruimte, knap lastig, zeker als deze schuren.  

Vier denkrichtingen voor Hoogheemraadschap Rijnland 2100+, ONE

Lot: "Eén toekomstvisie voor de  lange termijn, richting 2100, is vaak ook te kwetsbaar. Bij een verandering is die ene visie alweer van tafel. Daarom werken we bij ONE vaak niet aan één visie richting 2100, wel natuurlijk als leidraad voor een toekomst die dichterbij ligt. Maar voor de hele lange termijn, 2100 en verder, ontwerpen we aan verschillende mogelijke denkrichtingen en ‘wat als’ verkenningen. Zo kunnen we met de kracht van ontwerp, in dialoog met betrokkenen mogelijke toekomsten onderzoeken. Doel is hierbij altijd om te kijken wat vanuit de verschillende hoekpunten nu moet worden gedaan."

Denkrichting Natuur stuurt voor Hoogheemraadschap Rijnland 2100+, ONE

Lot: "Backcasting in plaats van forecasting. Drie tot vier hoekpunten met bijbehorende beelden in kaart, bird-eye-views, doorsneden, krantenkoppen uit 2100, met bijbehorende sturingsfilosofieën helpen vooral voor beslissers om hun gedachten op te rekken en andere beleids- en investeringsbeslissingen te laten nemen. Voorbeelden hiervan zijn Denkrichtingen Rijnland en Lincoln 2100+."

Lincoln 2100+, UK in samenwerking met Arup voor de Environmental Agency

Lot: "Bij deze laatste hebben we voor een zeek fysiek en sociaal kwetsbare locatie aan de kust van Engeland met locatie-specifieke ontwerpstrategieën de betrokkenen vanuit de geschiedenis van de plek, met hun huidige gebruikswaarden en belevingswaarden, toch een ‘transformational change’ laten inzetten."

Lincoln 2100+, UK in samenwerking met Arup voor de Environmental Agency

Lot: "Want door de grote impact van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en andere vraagstukken vereist elk toekomstscenario  een ‘transformational change’, vaak gepaard gaande met nodige grote veranderingen in landgebruik.  

Welke rol heb je bij het inzetten van zo een transformational change dan als ontwerper? Kun je dan nog je eigen overtuiging mee laten wegen in je werk? Want ook mijn droombeeld van de toekomst is er niet één van nog verdergaand technologisch vernuft, de mens centraal en maakbaarheid, maar één waarin de kracht van de natuur en de mens als onderdeel van de natuur centraal staat. Misschien minder vanuit een ecologisch, biodiverser droombeeld, maar vooral vanuit het perspectief van toekomstwaarde.

Want juist door te bouwen met natuur kan Nederland de toekomst en de daarbij horende blijvende veranderingen beter aan dan als we doorgaan met het versterken van huidige ‘sunken investments'– denk aan minder flexibele ‘grijze’ infrastructuren zoals nog grotere pompen en rioleringen. Ik stuur in mijn rol als ontwerper dan ook in het op gang brengen van verandering. En daarbij realiseer ik me dat de toekomst niet ver weg ligt, maar nu begint, met de investeringen van nu. Dit maakt dat ik pragmatischer ben in mijn aanpak. Ik laat mijn droombeeld bij mij. Het in beweging brengen van mensen richting een betere toekomst is voor mij belangrijker dan de uitkomst richting mijn specifieke droombeeld.

Hans, toen ik 2100 noemde als stip aan de horizon viel jij van je stoel dus hoe zie jij de toekomst?"

Hans: "Economen vinden het over het algemeen onmogelijk om iets te zeggen over hoe de wereld er over 10, laat staan 75 jaar voor staat. Wat ze wel doen is de toekomst een prijs geven in financiële markten. Letterlijk. Dat heet de discontovoet: de rente waarmee je toekomstige kosten en baten terugrekent naar vandaag. En die bestaat om goede redenen. 

Neem een gebouw. Dat slijt. Over twintig jaar is het minder waard dan vandaag. Afschrijving is dan logisch, dus verdiscontering ook. Of neem welvaartsstijging: als de samenleving over dertig jaar rijker is dan nu, zijn de kosten van klimaatschade dan relatief minder zwaar om te dragen. In een groeiende economie is het dan ook rationeel om de toekomst iets minder zwaar te wegen. Maar beide redenen veronderstellen iets. Dat dingen slijten of vervangbaar zijn. En dat de welvaart blijft stijgen, zo is de veronderstelling. Ik betwijfel dat. 

Bij natuur klopt geen van beide. Een uitgestorven diersoort kun je niet afschrijven, het is gewoon weg. En als klimaatschade en biodiversiteitsverlies de welvaart juist verlagen, dan wordt de toekomst er niet goedkoper op, dan wordt die duurder. Dus de toekomst voor schaarse zaken, zoals natuur, is duurder in de tijd dan van dingen die we altijd kunnen maken. Oftewel: de discontovoet voor verschillende waarden moet anders zijn. Voor de natuur zou die zelfs wel eens dicht bij nul kunnen liggen. 

Maar naast een discontovoet moet een toekomst ook een economische waarde hebben: een gemonetariseerde opbrengst die we kunnen wegstrepen tegen de kosten. Dat mag een opbrengst voor de samenleving zijn: betere infrastructuur, mooiere natuur, hogere dijken. De vraag is waar dat geld vandaan moet komen. Nu, dat soort zaken, die geen privaat rendement kennen, moeten we met zijn allen betalen.  

Iedereen zit echter voor die toekomst te loeren naar geld dat op de plank ligt, bijvoorbeeld bij pensioenfondsen of vermogensbeheerders. Maar dan komt er nog iets anders bij: dan moeten we niet alleen weten wat de maatschappelijke opbrengst is, maar vooral wat de private opbrengst is: wat gaat een belegger hierop verdienen. En dan wordt de ruimte om een toekomst te realiseren nog kleiner, want er zit vaak geen verdienmodel aan de zachte waarden.  Welk verdienmodel is er voor het herstellen van sociale relaties of natuurherstel?"

Hans: "Meestal lukt dat niet, en is de geldstroom die die waarden vernietigt vele malen groter dan de geldstroom die dit herstelt. Neem natuur: tegenover een dollar voor natuurherstel, staat 30 dollar natuurvernietiging. De voorbeelden die er zijn, en waar we ons als Triodos Bank hard voor inzetten onder de noemer Nature Based solutions, zijn momenteel helaas nog niet meer dan een druppel op een steeds heter wordende plaat. 

Wat we tot nu toe hebben gezien is een dubbele fuik. De economische modellen extrapoleren het heden. Het financiële systeem verdisconteert de toekomst weg. Samen maken ze radicale verandering onzichtbaar omdat ze buiten het rekenframe valt. 

Een maatschappelijke kostenbatenanalyse helpt daar maar beperkt bij. Die maakt de afweging breder, ja. Maar het blijft een afweging in geld. En zoals we eerder zagen: niet alles laat zich uitdrukken in geld. Een koraalrif heeft geen balanswaarde. Sociale cohesie heeft geen Internal Rate Return. De vraag wat een buurt over dertig jaar nodig heeft, past niet in een spreadsheet. 

Wat we nodig hebben is iets anders. Radicale verbeelding. De bereidheid om te redeneren vanuit wat we willen bewaren en wat we willen worden, in plaats van vanuit wat het oplevert. Dat vraagt om een andere ordening: niet langer financiële dominantie als vertrekpunt, maar een hiërarchie van waarden waarin ecologische grenzen en sociale samenhang voorafgaan aan rendement. 

Het betekent dat sommige vragen niet meer beginnen met "wat kost het" of "wat levert het op", maar met "wat willen we hier over vijftig jaar zien". En dat de financiering daarvan volgt op die keuze, in plaats van die keuze te bepalen. 

Die andere ordening heeft concrete ruimtelijke consequenties. Een economie die vertrekt vanuit ecologische grenzen en sociale samenhang betekent minder intensieve landbouw, minder logistieke infrastructuur voor internationale goederenstromen, minder uitbreiding op basis van groeiprognoses die structureel te hoog zijn. Meer delen, meer circulair, meer regionaal verankerd. Minder materiaalstromen, meer diensten. Minder eigendom, meer gebruik.

En toch lukt het ons nauwelijks ons die realisatie van die mooiere en betere toekomst na te jagen, terwijl de plannen en ideeën er wel zijn. Het obstakel zit dieper. De filosoof Jon Elster noemde het adaptieve voorkeuren: de vos die de druiven niet kan bereiken, verklaart ze zuur. We durven wellicht wel een fysiek toekomstbeeld te schetsen, maar een wereld waarbij een economie niet meer groeit, andere waarden centraal staan en financiële dominantie eindigt, blijkt veel lastiger te zien. Wat buiten bereik lijkt, wordt langzaam ook minder wenselijk. Vier graden opwarming wordt realistisch. Een andere economie wordt utopisch. De druiven zijn zuur verklaard voor ze zijn geproefd. 

De plannen bestaan wel. Deze maand publiceerden Piketty, Chancel en zo'n veertig collega's het Global Justice Report. Daarin laten ze zien dat het mogelijk is om welvaart voor iedereen te combineren met planetaire grenzen. Maar alleen als je drie dingen tegelijk doet: snelle decarbonisering, een drastische verlaging van de materiële voetafdruk én herverdeling van inkomen en vermogen. Laat één van die drie weg en de berekeningen kloppen niet meer. Niet twee van de drie. Alle drie."

Hans: "Dat laatste, herverdeling, is het meest politiek beladen. En ook het meest ruimtelijk. De rijkste één procent stoot meer uit dan de armste vijftig procent samen. Dat is geen bijzaak in een ruimtelijk debat. Het bepaalt wie welke ruimte claimt, wie de risico's draagt als een gebied onder water loopt, en wie uiteindelijk moet vertrekken. Een houdbare toekomst is dus ook een verdelingsvraagstuk. En dat staat zelden in een bestemmingsplan. Het probleem is niet het plan. Het is de bereidheid om te verbeelden dat de economie echt anders kan."