Wat is waarde?

Wat telt en wat niet te tellen valt

Hans: "Volgens de economische theorie is waarde uiteindelijk wat ons gelukkig maakt: "the greatest happiness for the greatest number", toegeschreven aan de filosoof Jeremy Bentham, vat dat kort samen. Daarbij gaat het over de uitkomsten van economisch handelen, en als we zoveel mogelijk hebben, is het mogelijk om zoveel mogelijk mensen waarde te geven en dus geluk. Alleen de uitkomst telt, niet de intentie. En natuurlijk weet eenieder dat geluk niet alleen gaat over meer geld of meer spullen. Het gaat even zo goed om gezondheid, sociale relaties en natuur. Geen enkele econoom zal dat ontkennen."

Hans: "Echter, in de praktijk is het simpeler geworden. Onder de veronderstelling dat alles wat werkelijk waarde heeft in goed functionerende markten een prijs heeft – of kan krijgen – blijft er iets tastbaars over: geld, winst, economische groei. Dat is wat we meten. Dat is wat telt. En dan ook nog onder de veronderstelling dat alles vervangbaar is – dus een bos voor kapitaal, een koraalrif voor menselijke arbeid en dat we ook wat vernietigd wordt met geld en werk weer terug kunnen brengen. Daardoor hebben we ook nooit last van grenzen, dat iets op hoeft te raken. En, we kunnen alles in geld uitdrukken; monetariseren. Wel zo makkelijk. Maar het gaat verder dan aannames alleen. Op basis van die logica hebben we een systeem gebouwd dat niet meer kan stoppen met groeien. Niet omdat groei altijd nog meer geluk oplevert, dat is steeds minder het geval, maar omdat het systeem anders omvalt."

Hans: "Ik noem dat institutionele groeiafhankelijkheid. En die zit overal. Markten draaien op winst en efficiëntie. Efficiëntie betekent minder banen bij bestaande bedrijven. Maar die ontslagen werknemers zijn ook consumenten. Zonder groei valt de vraag weg. Werkgevers én werknemers zijn dus allebei afhankelijk, zij het om andere redenen. 

Ook de richting van technologische ontwikkeling is afhankelijk van groei; alleen daar waar winst kan worden gemaakt, wordt innovatie beloond. Zonder groei en innovatie sterven de beste ideeën vaak een zachte dood. 

De overheid ook. Belastingen op loon, winst en omzet zijn groeigevoelig. Tegelijk stijgen de kosten van zorg en onderwijs structureel sneller dan de productiviteit. Zonder groei: structureel tekort. 

En dan het financiële systeem. Pensioenfondsen, verzekeraars, banken: allemaal ingericht op een verwacht rendement dat alleen haalbaar is in een groeiende economie. Geld is in feite een belofte over toekomstige productiviteit. Schulden kunnen alleen worden terugbetaald door meer economische activiteit. Hoe groter de schuld, hoe harder de groeidwang. 

Dit raakt ook direct de ruimtelijke ordening. Grond en vastgoed zijn in ons systeem primair beleggingsobjecten geworden. Ze staan op de balans van pensioenfondsen, vastgoedfondsen, internationale investeerders. Die verwachten rendement. Dat rendement moet ergens vandaan komen: uit hogere huren, uit waardestijging, uit intensiever gebruik. De vraag wat op een plek hoort, wat een buurt nodig heeft, of wat de beste bestemming voor een stuk grond op de lange termijn is, wordt daarmee een ondergeschikte vraag. De financiële rekening wint het van de ruimtelijke afweging. 

En zo hebben we een systeem dat groei vereist om niet te bezwijken, en dat waarden die zich niet in geld laten uitdrukken stelselmatig opzij schuift. Heel begrijpelijk, die redenering. Logisch zelfs, als je de aannames accepteert. Maar die aannames kloppen niet. Daarom is radicale verandering nodig. Niet alles is in geld uit de drukken. En wel om twee redenen: We kennen niet alle effecten, en sommige zaken laten zich niet uitdrukken in geld. 

Ten eerste kennen we niet alle effecten van ingrijpen in de natuur. Als we bijvoorbeeld een bos kappen, dan is de financiële waarde het hout waar allerlei zaken mee kunnen. Hetzelfde geldt voor sociaal kapitaal: wat is de waarde van onderwijs? Is dat een hoger salaris, of ook mondiger burgers? Of ouders die hun eigen kinderen meer kunnen meegeven? 

Ten tweede, er is inmiddels meer dan genoeg bewijs dat het helemaal niet mogelijk is om alles te vervangen door geld. Als dieren uitsterven, of een koraalrif dood gaat, is dat onomkeerbaar. Hetzelfde geldt ook aan de sociale kant: we kunnen iets wat we eerst gratis deden wel een prijs geven, maar dat doet iets met een sociale relatie.  

Een economie bestaat uit meerdere soorten waarden – economisch, sociaal, ecologisch – die elkaar beïnvloeden en soms tegenwerken. Nu is er één zo dominant dat die de andere wegdrukt. Als we die andere waarden serieus nemen, moeten we de groeidominantie aanpakken. 

Dat vraagt om andere keuzes. Een businesscase wordt nu uiteindelijk altijd uitgedrukt in geld. Maar we kunnen het omdraaien: eerst een sociaal of ecologisch doel, kijken wat we er als samenleving voor over hebben en dan gaan rekenen. Natuurlijk, uiteindelijk komt er dan een maatschappelijke rekening. Sociale en ecologische waarden in stand houden of verbeteren zijn vaak een financiële last op korte termijn. Maar als we langer vooruit kijken en breder kijken dan financieel, is het vaak een opbrengst. Meervoudige waardecreatie rondbreien is de kern van het maatschappelijk belang. En monetariseren en beprijzen kan soms helpen, maar het meest fundamentele is de dominantie van groei en winst terugbrengen. 

Om het even terug te brengen naar ruimtelijke ordening: zolang financiële waarden de ruimtelijke afweging domineren, bouwen we een omgeving die past bij het rendement, niet bij de mensen die er leven.

Maar hoe kijk jij hiernaar Lot?"

‘Back of an envelope’-berekening van Resilience by Design voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA)

Lot: "De trend om waarden te monetariseren, zien we inderdaad ook in de ruimtelijke ordening en ontwerpwereld ontstaan. We leven in een economisch systeem waarin mensen met verschillende opgaven en belangen aan de beslistafels voor investeringen proberen te komen, zoals bijvoorbeeld bij de MIRT besprekingen, het meerjarenprogramma infrastructuur, ruimte en transport, over investeringen in infrastructuur in Nederland. Dit doen ze door het monetariseren van hun opgave en belang. Met name als deze belangen nog niet door iedereen gezien worden. Zoals het belang van gezondheid, natuur, water, en klimaat. We benutten het bij ONE zelf ook met bierviltjes-berekeningen, of in het Engels ‘back of the envelope’, om zo het economische en financiële systeem te koppelen aan de gebiedsontwikkeling. Het heeft ons ook geholpen om met onze opgaven aan tafel te komen. Om te agenderen. Bijvoorbeeld bij de verstedelijkingsstrategie van de Metropoolregio Amsterdam waar deze ‘back of the envelope’-berekening vanuit Resilience by Design geholpen heeft om in 2021 de impact van water en klimaat mee te laten nemen in de verstedelijkingsstrategie voor 2050.  

De vraag is of dit de juiste manier is. Want zoals Hans al zei, als iets, zoals gezondheidsbaten, verbeterde ecologie of ruimtelijke kwaliteit nou niet zo gemonetariseerd kan worden of blijkt dat het minder financiële waarde heeft dan andere zaken, laten we het dan? Gaan we onze steden niet klimaatadaptief en groener, inrichten omdat op dit moment  parkeerplekken meer financiële waarden hebben dan een veiligere, gezondere toekomst? Het maakt mij woedend dat doordat de financiële waarden als belangrijkste gezien worden we vergroenen en klimaatadaptief maken vaak laten.   

Als we het in ontwerp over waarden hebben dan hebben we het vooral over subjectieve waarden, niet zozeer de objectieve waarde van het economische en financiële systeem. Hoe belangrijk ook deze objectieve waarden zijn. Ruimtelijke kwaliteit is een van deze subjectieve waarden die van belang zijn bij ruimtelijke ordening en ontwerp."

BIG–U, © BIG, One Architecture en anderen voor Rebuild by Design New York

Lot: "We spreken vandaag de Vitruvius lezing. Van alle waarden van Vitruvius' manier van kijken naar ruimtelijke kwaliteit, zoals belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde, werk ik vooral aan de toekomstwaarde. Gefocust als ik ben in mijn werk op de impacts van klimaatverandering en hoe we met deze impacts van steeds heter, droger en natter en met toenemende risico’s bij overstromingen nog een sociaal-rechtvaardige toekomst, toekomstwaarde, kunnen hebben voor de volgende generaties, levend in de Delta en op de zandgronden van Nederland of waar ook ter wereld. Maar door onze focus op toekomstwaarde werken we meteen aan de andere Vitruvius waarden. Want we weten uit ervaring dat toekomstwaarde alleen gecreëerd kan worden met aandacht voor de mensen nu en hun belevingswaarden, hoe ze een gebied ervaren en gebruikswaarden, welke functies er zijn, die vaak gedreven worden door hun herkomstwaarde, hun geschiedenis, hun herinneringen."

BIG-U, Engagement by Design

Lot: "Bij de implementatie van  het East Side Coastal Resilience-project van de Big U in New York, om Lower Manhattan voor te bereiden op de stormen en zeespiegelstijging van de toekomst, hebben we juist daarom ook honderden workshops gehad met alle uiteenlopende betrokkenen bij het project."

BIG-U, betrekken van jong en oud

Lot: "Ook met de toekomstige generatie, de kinderen. Juist om de betekenis die mensen geven aan de verschillende waarden te achterhalen."

East Side Coastal Resilience in New York door BIG, ONE en MLNA

Lot: "Deze betekenis van de gebruikswaarde en belevingswaarde van een park waarin een floodrisk-structuur is opgenomen, is namelijk niet objectief, maar subjectief."

Beeld: Iwan Baan

East Side Coastal Resilience in New York door BIG, ONE en MLNA

Lot: "Het vraagt een constante dialoog, een gesprek met behulp van ontwerp om deze waarden te integreren. Het integreren voor een plek om te barbecueën voor de lokale gemeenschap met een verhoging in het park om de ‘floodwall’ minder prominent te maken. Dat noemen wij 'engagement by design'."

Beeld: Iwan Baan

East Side Coastal Resilience in New York door BIG, ONE en MLNA

Werken aan de toekomstwaarde wordt daarmee een sociaal vraagstuk, waarbij centraal staat: voor wie is deze toekomstwaarde? Deze vraag is in de Vitruvius Lezing van 2025 door Thijs van Spaarndonck gesteld en beantwoord. Daar sta ik helemaal achter en zal ik dus minder op in gaan vandaag. Wat ik aan deze sociale vraag, zou willen toevoegen, in lijn met het thema van vandaag: Pionieren 2.0 – ontwerpen aan een houdbare toekomst, is hoe komen we bij die rechtvaardige toekomst. Hoe krijg je mensen met deze Vitruvius waarde, met toekomstwaarde, in beweging? In beweging naar deze toekomst toe?