
Welke rol speelt tijd?
Tijd is niet neutraal
Hans: "Ruimtelijke ordening werkt in decennia. Een bestemmingsplan, een gebiedsontwikkeling, een infrastructuurkeuze: de consequenties ervan zijn over twintig, dertig, soms vijftig jaar pas echt voelbaar. Maar de economische logica waarbinnen die beslissingen worden genomen, werkt in kwartalen. Rendement nu. Risico later."
Hans: "Dat tijdsverschil is niet neutraal. Het bepaalt wat er gebouwd wordt, waar, en voor wie. En het verklaart waarom we weten dat bepaalde keuzes verkeerd zijn, overstromingsgevoelige locaties, energie-intensieve gebouwen, snelweginfrastructuur in een tijdperk van klimaatverandering, en ze toch blijven maken. De planningshorizon en de financieringshorizon lopen uit de pas.
De economische logica kan ook slecht omgaan met onzekerheid: risicomodellen zijn gebaseerd op risico’s uit het verleden, economische modellen zijn gebaseerd op economische relaties uit het verleden. Fundamentele onzekerheid, door klimaatrisico’s, geopolitiek of afbrokkelende instituties passen daar heel slecht in."

Klimaatverandering versnelt en assets treffen een wezenlijk ander klimaat, Resilience by Design MRA, ONE
Lot: "Niet alleen planningshorizon en financieringshorizon lopen uit de pas, ook de horizon van de klimaatopgaven en de planningshorizon. Wat we nu bouwen treft in zijn werkelijke levensduur een wezenlijk ander klimaat dan het huidige. En nog eentje met grote onzekerheden hoe wezenlijk anders dit gaat zijn. En ook in de ontwerp- en gebiedsontwikkeling verlamt onzekerheid en leidt dit tot vragen om nog meer onderzoek in plaats van tot acties.
Om binnen die onzekerheden toch beslissingen te kunnen nemen ontwerpen we bij ONE met tijd als ontwerpinstrument. En dat doen we op drie manieren."

Levensduur van onderdelen van gebouw en gebied, ONE
Lot: "Ten eerste, door te ontwerpen met levensduur. De levensduur bepaalt wat je nu vastzet in het ontwerp en wat later. Want niet elke investering in het fysieke domein, elke asset die je ontwerpt en bouwt, moet houdbaar zijn tot na 2100+. "

Ontwerpen met cycli. Bijvoorbeeld grote transities, zoals die in de landbouw, duren vaak meerdere generaties. Kennisprogamma Zeespiegelstijging – Consortium Meebewegen
Lot: "Ten tweede, door te ontwerpen met cycli in mensenlevens en veranderprocessen. Bijvoorbeeld het benutten van de veranderingsmogelijkheid binnen de agrarische sector op het moment van overdracht van boerenbedrijven naar kinderen om zo de grote landbouwtransitie die nodig is mogelijk te maken."

Tijdelijke bouw en aanpasbaar gebied, Slim klimaatbestendig ontwikkelen, ONE
Lot: "En ten derde, door te ontwerpen met tijdelijke bouw en aanpasbaar gebied en functies. Zo ontwerpen we nu al functies die mogelijk later veranderen, niet meer nodig zijn, op locaties waar later ruimte voor water nodig is. Zo wordt een nieuwe wijk aanpasbaar in de tijd zonder het gebiedsontwikkelingsproces nu in zijn geheel lam te leggen met toekomsteisen. Natuur is daarin ook een mooi voorbeeld als meer adaptief, meer aanpasbaar, dan grijze infrastructuur."

Hans: "Niet alles heeft dezelfde tijdslogica. Opbouwen gaat snel als er geld en een verdienmodel is en politieke wil. Ombouwen, bestaande structuren aanpassen aan nieuwe eisen, is trager, duurder, weerbarstiger. Afbouwen is het moeilijkst. Want afbouwen raakt mensen. Hun werk, hun zekerheid, hun identiteit.
En toch is afbouwen onvermijdelijk. Een economie die minder materiaalstromen heeft, heeft ook minder haven nodig. Minder intensieve landbouw betekent minder agrarische infrastructuur. Minder groei betekent minder bedrijventerreinen. Dat zijn verlieservaringen. En wie de rouw daarover negeert, verliest de mensen die het moeten doen.
De kunst is om opbouw, ombouw en afbouw gelijktijdig te organiseren. Niet na elkaar. Want wie wacht op het einde van het oude voor hij begint aan het nieuwe, wacht te lang."
Lot: "Voor ontwerpers ligt hier een opdracht. Wij beginnen vaak aan het nieuwe en vergeten het afbouwen van het oude. Het vraagt om in ontwerp evenveel aandacht te hebben voor wat afgebouwd moet worden als voor wat opgebouwd moet worden. Want het gebrek aan ruimte zorgt dat moeilijke keuzes gemaakt moeten worden, en die gaan ook over wat niet meer kan op een specifieke plek, wat weg moet.
En dan komen we weer terug bij de waarden van ruimtelijke kwaliteit, herkomstwaarden, belevingswaarden, gebruikswaarden en toekomstwaarden. Mooie woorden als kompas voor elk ontwerp. Maar die soms onderling knellen. Ondanks dat we nu juist toekomstwaarde kunnen creëren, lastige projecten voor elkaar kunnen krijgen, door aandacht te hebben aan de huidige belevingswaarde, gebruikswaarde en herkomstwaarde van de mensen nu, weten we dat op sommige plekken dit zal gaan knellen in de toekomst. We weten dat toekomstwaarde niet altijd overeenkomt met de andere ruimtelijke kwaliteitswaarden."

40% van de New Yorkers loopt risico op directe of indirecte verdringing door overstromingen aan de kust. Rebuild by Design 
Finding Ground, a graphic novel about flood and relocation, Rebuild by Design, ONE, University of Pennsylvania
Lot: "Een voorbeeld: de toekomstwaarde vraagt om verandering van landgebruik en functie met bijbehorende keuzes waar iets niet meer mogelijk is. Denk aan dat op sommige plekken landbouw, vanwege verzilting, niet meer kan waar dit nu wel gedaan wordt, of dat mensen moeten vertrekken uit hun woningen vanwege ruimte voor water, zoals 40% van de New Yorkers die direct of indirect getroffen worden door overstromingen vanuit de kust. Dat geeft toekomstwaarde voor velen, voor de maatschappij als geheel, maar een vermindering van de gebruikswaarde voor sommigen. En dat doet niet alleen pijn vanuit functie, maar ook vanuit beleving en herkomst. Dat is verlies. Deze mensen wonen er al jaren, generaties en zijn verbonden met hun land.
Uit eigen ervaring met verlies en rouw weet ik dat het dan niet helpt om deze pijn te verdoezelen en niet te benoemen. Het niet te tonen. Zonder aandacht voor deze pijn, voor de rouw, zonder als ontwerper met respect te tonen wat ook niet meer kan, zal je de beweging richting een leefbare toekomst niet haalbaar zijn."
Hans: "Ondertussen heerst er haast. Versnellingsagenda's, spoedwetten, doorbraakteams. Alsof tempo zelf de maat van vooruitgang is. We willen stikstof in vijf jaar oplossen maar discussiëren er al twee keer zolang over. We willen honderdduizend woningen per jaar bouwen maar bouwen procedures. Die haast leidt zelden tot het sneller realiseren van de goede dingen. Vaker leidt ze tot de verkeerde dingen overhaast. Snelheid zonder richting is geen vooruitgang. Het is drukte.
Wat we nodig hebben is geen snellere besluitvorming, maar beslissingen met een langere tijdshorizon. Minder kwartaallogica, meer generatielogica. Dat vraagt iets van ruimtelijke ordening dat niet vanzelf komt: de bereidheid om nu keuzes te maken waarvan de baten pas over dertig jaar zichtbaar zijn, en de lasten nu al worden gevoeld.
En hier sluit de cirkel. We begonnen dit gesprek met de vraag hoe we waarde meten. We zagen dat het financiële systeem de toekomst wegrekent met een discontovoet. We zagen dat die logica niet klopt voor natuur, voor sociale cohesie, voor onomkeerbare processen.
Hetzelfde geldt voor tijd in ruimtelijke ordening. Wie alleen rekent met wat nu rendeert, bouwt een omgeving die past bij de economie van gisteren. Wie rekent met wat over vijftig jaar telt, bouwt iets anders. Een andere discontovoet voor de toekomst is niet sentimenteel. Het is rationeel, als je de aannames serieus neemt."