
Om de knoop
Bij snelwegknooppunten botsen de lokale werkelijkheid en de grootschalige logica van het verkeer op elkaar – dat levert een onverwachte rijkdom aan contrasten en verhalen op.
In negen wandelingen verkent stadsonderzoeker en schrijver Tijs van den Boomen – steeds in het gezelschap van een expert – de ruimtelijke kwaliteit van deze onbekende rafelranden. In dit magazine zijn alle afleveringen gebundeld, met deze inleiding als startpunt.
Knooppunt Muiderberg, viaduct over de Naardertrekvaart
Soms, heel soms stuit je per toeval op een onderwerp waarin alle lijnen van je werk samen lijken te komen en waarvan je niet begrijpt dat je er niet al veel eerder op bent gekomen. Snelwegknooppunten zijn zo’n onderwerp, al behoeft dat waarschijnlijk enige uitleg.
Ik schrijf al lang over steden, en daarbij draait het voor mij om de openbare ruimte, vaak ook het publieke domein genoemd, maar die term is me te sturend omdat erin meeklinkt dat je er ‘de ander’ moet ontmoeten. Mij gaat het in eerste instantie sec om de openbaarheid: plekken zonder beveiligers die vragen wat je komt doen, plekken dus waar je burgerschap volstaat als entreebewijs.
Al minstens zo lang schrijf ik over snelwegen, die ik beschouw als de grootste openbare ruimte die we hebben. Het doel van de snelweg moge dan in de eerste plaats zijn om mensen van hot naar her te brengen, onvermijdelijk schuilt er ook een sociale en culturele dimensie in: de mens, en dus ook de automobilist, is nu eenmaal een betekenisgevend wezen.
Natuurlijk kwam als vanzelf ook de overlap van snelweg en stad als onderwerp op mijn – excuses le mot – pad. Sterker nog: ik begon langzamerhand te snappen dat wegen en steden elkaar wederzijds scheppen, dat de een zonder de ander niet kan bestaan. Maar ze zitten elkaar ook dwars: waar ze op elkaar stuiten wringt het en daar wordt het voor een schrijver en onderzoeker spannend.
Het leidde tot een stroom artikelen, reportages, essays, boeken en onderzoeken – alleen of in samenwerking met anderen – en eerlijk gezegd dacht ik dat ik er wel zo’n beetje klaar mee was. Tot ik me eind september vorig jaar op een zaterdagmiddag zat te vervelen.
Knooppunt Coenplein, entree stadslandbouwproject NoordOogst
Leve de verveling
Het was mooi weer en ik wilde gaan wandelen, maar zowel de stad als het omringende platteland trokken me niet – been there, done that, got the T-shirt. Geborneerde onzin natuurlijk, maar toch wilde ik wat nieuws en in een opwelling besloot ik de bus naar het Coenplein te nemen en een rondje te lopen om dat snelwegknooppunt aan de noordkant van Amsterdam.
Zo goed bleek ik de stad na bijna een halve eeuw nu ook weer niet kennen, want het woonwagenkampje, de stadslandbouw, de oevers van de zandwinningsput en oude schuurtjes in de slagschaduw van de snelweg waren nieuw voor me. Net als het Van der Valkhotel waar, toen ik er stopte voor een kop koffie, een groepje prachtig uitgedoste zwarte mannequins bezig was met een fotoshoot.
Was het Coenplein een toevalstreffer? Ik besloot de proef op de som te nemen en liep rond andere knopen dicht bij huis, maar alras ook die verder weg. En letterlijk elke knoop – ik heb er inmiddels dertig gelopen – zorgde voor verrassingen. Gaandeweg begon ik me te realiseren dat het niet alleen een liefhebberij is, maar dat de wandelingen rond snelwegknooppunten ook een veelzeggende blik op mooi en lelijk Nederland werpen. Een min of meer objectieve blik bovendien, want ik zoek de routes niet uit, ze ‘zijn er gewoon’.
Knooppunt Hintham, insectenhotel Heijmans
Lasnaad
De snelwegknoop is misschien wel de meest bijzondere plek van de ruimtelijke ordening. De logica van de snelweg – doorstroming, veiligheid, uniformiteit – botst hier op de lokale werkelijkheid, met haar historische ontwikkeling en haar specifieke morfologische kwaliteiten en kenmerken. En waar Rijkswaterstaat bij de inpassing van tracés nog enige vrijheid tot zijn beschikking heeft, is dat bij een knoop veel minder het geval: het nationale netwerk bepaalt waar een knoop moet komen en op die plek moeten alle conflicterende eisen en belangen worden opgelost.
Dat klinkt als een opgave die welhaast tot onherbergzame plekken moet leiden en dat is ook het beeld dat bijna iedereen van knooppunten heeft. Maar als je gaat kijken, dan blijken ze een uitgelezen kans te bieden om te wandelen. Hoe dat kan? Juist de confrontatie tussen de knoop en de lokale situatie maakt een relatief grote hoeveelheid viaducten, bruggen en tunnels voor het langzaam verkeer noodzakelijk.
De wandelroute rond een knooppunt is in feite de lasnaad tussen de systeemwereld van Rijkswaterstaat en de lokale leefwereld. En Nederland blijkt deze lasnaden verbazingwekkend goed af te werken.
Wat opvalt als je vervolgens langs zo’n naad wandelt, is de grote variëteit aan landschappen. Ecologen zijn dol op gradiënten als zoet-zout, nat-droog en zon-schaduw, omdat ze voor een grote soortenrijkdom zorgen. In landschappelijke zin zijn knooppunten met hun vele contrasten ook gradiënten. Er is, kortom, veel te zien.
Een wandeling om een knooppunt voelt bovendien als een kleine overwinning: je verovert een plek, niet alleen in fysieke zin door er gewoon te lopen, maar ook door de historie en de eigenheid van de plek te ontdekken.
Knooppunt Holendrecht, viaduct met fietspad
Vitrivius, ook rond de knoop
Voor de MooiNL Atlas maak ik het komende halfjaar negen wandelingen langs evenzovele knooppunten. Bij elke wandeling laat ik me vergezellen door een expert, onder andere door een landschapsarchitect, een ecoloog en een omgevingsmanager van Rijkswaterstaat. Samen kijken we, de Romeinse bouwmeester Vitrivius indachtig, naar de belevingswaarde, de gebruikswaarde en de toekomstwaarde.
Wat is er, om te beginnen, te zien en te ervaren, variërend van archeologische vindplaatsen tot uitkijktorens, van industriële landschappen tot oer-Hollandse natuurgebieden en van smetteloze fly-overs tot schamele daklozententjes.
Bij de gebruikswaarde staan de doorwaadbaarheid en toegankelijkheid centraal: in hoeverre is rekening gehouden met langzaam verkeer ter plekke. En de toekomstwaarde? Knooppunten blijken een korte levensduur te hebben: de helft van de Nederlandse knopen is al eens ingrijpend verbouwd. Het is dus niet meer dan logisch om te kijken wat er op termijn anders kan en misschien wel moet.
Knooppunt Beverwijk, bankje in het Aagtenpark met uitzicht op A9
Praktisch
De wandelingen zijn dus een methode om de ruimtelijke kwaliteit van Nederland in kaart te brengen en daar lessen uit te trekken: wat betekenen alle woorden en goede voornemens op ooghoogte? Maar een wandeling rond een snelwegknoop – ik vermeldde het al – is vooral ook verrassend leuk. De serie is dus tevens een aanmoediging om op ontdekking te gaan in eigen land.
De beschreven routes zijn twee tot veertien kilometer lang en voorzien van praktische informatie: eten en drinken, terreingesteldheid, landschapstypes, bankjes, oplaadpunten voor elektrische auto’s en hoe je er met het openbaar vervoer kunt komen. Dat laatste is voor mij een erekwestie: het draait niet om de automobilist, maar om de voetganger en de menselijke maat.



