Niets doen is ook een keuze

Waarom iets niet doen soms de beste beslissing kan zijn

Ik keek mijn ogen uit, wat was hier aan de hand?

Beeld: Theo Baart

In de periode 2009-2011 kwam ik regelmatig in de stad Rochester in de staat New York. Met KODAK als de bakermat van de innovatieve fotografie industrie was de stad groot en rijk geworden. KODAK ontdekte de digitale fotografie, maar die uitvinding werd paradoxaal genoeg de ondergang van het enorme concern en sleurde vervolgens de stad in haar val mee. De stad was een soort donut geworden. Het centrum was kaalgeslagen en een snelweg rondom het stadshart (Inner Loop) werd nauwelijks meer gebruikt. Buiten het kaalgeslagen centrum lagen de woonwijken. Ik keek mijn ogen uit, wat was hier aan de hand?  

Het korte antwoord: de stad was in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw zo rijk en vol zelfvertrouwen geweest dat het alle ideeën over de urban renewal had omarmd en in hoog tempo had uitgevoerd. Geen enkel moment was er twijfel geweest of de radicale vernieuwing ook op langere termijn een verbetering zou zijn. Alles wat oud was werd afgebroken, vernieuwing leek altijd beter en omkijken naar de geschiedenis was voor losers. 

Vijftig jaar later was de toekomst toch niet zo fraai uitgevallen, het geld was op, en Rochester zat met een binnenstad die gebombardeerd leek te zijn. Goed kijken naar en doorgronden van zoiets maakt je wantrouwig als het om onomkeerbare plannen voor de inrichting van stad en land gaat. Het maakt je huiverig voor de hermetische blauwdruk, gepresenteerd met zelfgenoegzame stoerheid.

Beeld: Theo Baart

Leren van (achterhaalde) toekomstvisies

Ook in Nederland waren na de oorlog planologen, stedenbouwers, landschapsarchitecten en bestuurders ontvankelijk voor de ideeën over urban renewal. Een mooi voorbeeld is te vinden in het deel De Steden (1951) uit de reeks De Schoonheid van ons land. Het boek is vooral een icoon uit de geschiedenis van het Nederlandse fotoboek. Schitterende vormgeving met fraaie fotografie geeft het een geïdealiseerd, zelfs een wat versuikerd beeld van hoe slaperig de Nederlandse stad eruit zou hebben gezien. Nooit worden in overzichten over de Nederlandse fotografiegeschiedenis de teksten uit het boek aangehaald. En dat is jammer, want daar wordt korte metten gemaakt met de gefotografeerde historische stadjes.  

"Laat uw stad bombarderen voor het te laat is."

De vermaarde landschapsarchitect J.T.P. Bijhouwer ontkent in zijn bijdrage aan het boek De Steden niet de "architectonische schatten en een weelde aan stedeschoon", maar de oude steden passen niet bij het naoorlogse moderne leven. Dit citaat geeft de houding aardig weer: “Wat kan er worden gedaan met de Utrechtse kerken in de binnenstad, die overbodig zijn geworden? En wat moet er gebeuren met de haveloze, vervallen bebouwing rondom de Oude Kerk en de Noorderkerk in Amsterdam, de Buurkerk in Utrecht, en zoveel andere oude kerkbuurten? Bijna is men geneigd het naoorlogse gezegde van ‘Excellentie’ Ringers (minister van Wederopbouw 1945-1946) over te nemen: “Laat uw stad bombarderen voor het te laat is.”  

En zo geschiedde, althans, de bommenwerpers bleven in de hangars staan, maar menig stadsbestuurder ging tijdens de wederopbouwjaren gewapend met de mokerhamer door zijn historische stad. Het was de tijd van het maken van doorbraken in de stad voor de auto. Gelukkig was Nederland in die tijd arm, in tegenstelling tot Rochester, New York (de staat) en bleef de schade daardoor relatief beperkt. Maar dat laat onverlet dat vooral veel middelgrote steden hebben geleden onder de toekomstvisies in de geest van Bijhouwer: “(...) onze steden van 30.000-100.000 inwoners kunnen nog een grote toekomst tegemoet gaan, vooral wanneer het oude centrum mogelijkheden biedt om voor verkeer en parkeren geschikt te worden gemaakt”. Methode Rochester. 

Beeld: Theo Baart

Dubbelstad

Ook het mooie middeleeuwse Deventer, gelegen aan de IJssel, gebouwd op een rivierduin, werd na de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd met de mouwen-opstropende bestuurders die allerlei doorbraken in de oude stad wensten. Jacob van Deventer tekende in 1557-1558 een kaart van Deventer met een uitsnede waarin mogelijke locaties voor de groei van de stad zichtbaar waren, zoals het Stadsland (betekenisvolle naam). Eeuwenlang keek men vanaf het hogere gelegen Deventer naar de overkant van de IJssel en fantaseerde over wat je met dat stuk land zou kunnen doen. 

En toen moest eindelijk de IJssel definitief worden overgestoken. Deventer Dubbelstad (1959) heette het plan van de gemeente. Dat plan ging ten koste van het grondgebied van buurgemeenten, die zelfs in een andere provincie lagen. Met Dubbelstad zou Deventer het Boedapest van Overijssel worden: een ‘overloopstad’ voor het overbevolkte westen des lands, want de groei van de bevolking was niet voorzien door een explosie van vruchtbaarheid in Deventer en omgeving. 

Het verzet zoals vernieuwing van de Nieuwmarkt in Amsterdam waaide wel over naar Deventer

In het nieuwe stadsdeel aan de overkant van de IJssel moesten er 120.000 inwoners bijkomen. Het plan strandde uiteindelijk doordat we in Nederland niet de cultuur kennen van de Grands Projets aangestuurd door het centrale gezag maar ook doordat eind jaren zestig, begin zeventig het maatschappelijk draagvlak veranderde voor megalomane stadsuitbreidingen en draconische stadsvernieuwing aangezwengeld door bestuurders die vaak als regenten weggezet werden door ontstemde burgers. 

Het inzetten op de te verwachten leegloop van de Randstad was een inschattingsfout, want het Rijk kwam met het Groeikernenbeleid. Dat beleid werd niet manifest in Deventer. Het verzet zoals vernieuwing van de Nieuwmarkt in Amsterdam waaide wel over naar Deventer. Niks Dubbelstad, stoppen met sloop van delen van de oude stad (Noordenbergkwartier): de plannen gingen de la in. Het Stadsland kwam in handen van Stichting Het IJssellandschap en nog later zorgde een planologische reservering voor het nationale programma Integraal Riviermanagement (IRM) van het Rijk dat het Stadsland dienstbaar werd gemaakt aan de IJssel. De oever aan de andere kant van de IJssel bleef onbebouwd. 

Beeld: Theo Baart

Kansenkaart

De claim van het IRM-programma loopt af en meteen komt het mooie Stadsland dan weer op de radar te staan van het gemeentebestuur van Deventer. Met de Kansenkaart wonen Deventer (2024) in de hand is de stad op zoek naar woningbouwlocaties. De kansenkaart suggereert tussen de 3.400 en 4.100 woningen in een mix van wonen, werken en groen in het Stadsland. Het te bouwen aantal woningen maakt van Stadsland de grootse potentiële bouwlocatie in Deventer. Stadsland kan alleen ontwikkeld worden in combinatie met de bouw van een nieuwe brug over de IJssel. En een nieuwe brug betekent veel extra inbreuken op het omringende landschap, samenwerking tussen twee provincies en het Rijk dat royaal de buidel opent.  

Hoe verstandig is het om weer naar het Stadsland te kijken? Valt er wat te leren van de geschiedenis? Deventer ligt aan de IJssel. En niet voor niets juist daar, want het is een slim gekozen plek: bij een gunstig gelegen oversteekplaats. De brug die Jacob van Deventer in 1557 tekende laat dat goed zien. Wegen kwamen over de hogere zandgronden op deze plek bijeen. En de rivier kon bij hoge waterstanden overstromen op het ‘lege’ Stadsland. De rivier zelf was lang de belangrijkste verkeersweg.

Zoals in Rochester waar nu met een bijna lege portemonnee de ringweg wordt gesloopt en de ooit doorsneden straten worden geheeld

Ook al hebben we nu autosnelwegen, treinvervoer, internet en vloerverwarming, de betekenis van die rivier, de reden waarom de stad op deze plek ligt, neemt niet in betekenis af. Integendeel. Waterveiligheid en - kwaliteit nemen alleen maar in belang toe. Het kortetermijnbelang is wellicht de bouw van 3.400 woningen, maar het langetermijnbelang wordt met zo’n eenmalige winst niet gediend. Kijk naar hoe kortetermijnbeslissingen gekoppeld aan rigoureuze en nauwelijks omkeerbare ingrepen in de ruimtelijke ordening uitgepakt zijn. Zoals in Rochester waar nu met een bijna lege portemonnee de ringweg wordt gesloopt en de ooit doorsneden straten worden geheeld.  

Beeld: Theo Baart

Vooruitschrijdend inzicht

Goede analyse van een plek, gebruikmaken van de beschreven geschiedenis, het ontwikkelen en bijhouden van een geheugen - bijvoorbeeld door een stadsbouwmeester - kan soms leiden tot het inzicht dat iets niet doen de beste beslissing is. Ook dat is ruimtelijke ordening.  

Vermoedelijk zal Stadsland om de zoveel jaar wel weer op de radar verschijnen van een nieuwe bestuurlijke passant. En er is altijd een ontwerpbureau beschikbaar dat de kansen voor het bebouwen van het Stadsland - al dan niet in de vorm van woonboten gecombineerd met stadslandbouw - opnieuw wil onderzoeken. Maar er komt een moment, net als bij het Vondelpark of het Amsterdamse Bos, dat niemand meer met het voorstel komt om het op te offeren voor woningbouw. Laten we het voortschrijdend inzicht noemen.